Voor Kinderen.
EEN RUSTIGE PLEK. XVI. Op zekeren warmen zomerdag ging de vrouw van Kasper naar den tuin, om daar te wieden en groente te plukken, welke dan door een jongen werden gehaald. De tuin lag namelijk niet bij het huis, maar een heel eind w ...
„Niet toetreden tot het altaar.”
Doch tot het voorhangsel zal hij niet komen, en tot het altaar niet toetreden, omdat een gebrek in hem is ; opdat hij mijne heiligdommen niet ontheilige; want Ik ben de Heere, die hen heiligt. Lev. 2I : 23. Nog altoos wandelen „de gebrekkige lieden" onder ons om al ...
Van de gemeene gratie.
DERDE REEKS. XXXVIII. Want wij hooren, dat sommigen onder u ongeregeld wandelen, niet werkende, maar ijdele dingen doende. Doch de zoodanigen bevelen en vermanen wij door onzen Heere Jezus Christus, dat zij met st ...