Nabij God te zijn - pagina 214
DE EEN WEL ALDUS, MAAR DE ANDER ALZOO.206diamant vanDan eneerstmild,enuwkindschap met een eigen schijnsel fonkelen.wordt de verborgen omgang metwant zooruim,uw Godeerst verschijnt ge voorvriju ...
Kuyper-gedenkboek 1907 - pagina 55
35den en uwe heerlijkheid over hunne kinderen".worde aan uwe nakomelingen vervuldDeafdeelingendezerkomt de Unie vanOokdit laatstetot in verre geslachten.Vereeniging volgendan.VerderChristelijke Onderwijzers ...
Kuyper-gedenkboek 1907 - pagina 62
Ten huize van denJubilaris.:N den voormiddag van 29 October 1907 was huldegebracht aan den leider van de anti-revolutionaire partij,aandenstichtervan de Vrije Universiteit, aan denman, aan wien het Christelijk onderwijs. Patrimonium, het Ger ...
Kuyper-gedenkboek 1907 - pagina 63
Nogeen der geschenken, aan Dr. Knyper op Uit:Dezijnjubileum aangeboden.Spiegel, 2e jaarg. nr.7. ...
Kuyper-gedenkboek 1907 - pagina 65
43 Koningin in Zaid-Holland, Mr. Patijn; leden van de Eerste Kamer: de heeren Van Asch van Wijck, Van der Biesen, Bosch van Drakenstein, Van der Does de Willebois.Franssen, Havelaar,'t Hooft, Kist, Van Löben Sels, Merkelbach, MICHIELS VAN Kessenich, Reekers, Regout. Van Velzen, Verm ...
Kuyper-gedenkboek 1907 - pagina 69
47Geendichterlijk penseelDe gaven van Uw' Datzijinkan ooit naar waarde malen rijk, zoo schoongeest, zoo groot, zoogeen geslacht ooit schitterender stralenAls Gij doorwoord enschrift zealommespreidt ten toon ...
Kuyper-gedenkboek 1907 - pagina 67
45 Prof. Dr.omRutüers,dezen toe deinF. L.hemspreken.teeigeneeen woorduitalsfijneoudsten vriend van denDejubilaris,Hoogleeraar deed hetgrijzewoordkeus, met groote op ...
Kuyper-gedenkboek 1907 - pagina 66
DeFeestmaaltijd.De Twee Steden te 's Gravenhage was aan Dr. Kuyper aan den avond van 29 October eeni-NHotelschitterend feestmaal bereid.de prachtige zalen vanInditwaren tegen TVs uurhotelruim 90 gasten aanwezig, onder wi ...
Kuyper-gedenkboek 1907 - pagina 70
48 Miskend, teleurgesteldinUwuitnemend pogen,Gedwarsboomd ook door hen, in schijn zelfs met U één, Zijt Ge argloos van natuur, helaas! zoo vaak bedrogen, Dat Ge op het veld des strijds verlaten stond, alleen. Van waardie haat enNeen, niet doorUw ...