„Wees niet ongeloovig, maar geloovig.”
[PASCHEN 1920.] Daarna zeide hij tot Thomas: Breng uwen vinger hier, en zie mijne handen, en breng uwe hand, en steek ze in mijne zijde; en wees niet ongeloovig, maar geloovig. Joh. XX: 27. Bij de keuze van Jezus' discipelen was 't n ...
Aan het misverstand
Amsterdam, 2 April 1920.Aan het misverstand, dat de Heraut een revisie van de Belijdenisschriften in »Arminiaanschen zin" zou bepleiten, is, naar we hopen, thans wel een einde gemaakt. Of het broederlijk was, dat een dergelijk boos vermoeden aan de pen ontglipte, laten we aan de conscienti ...
Geen gunst maar recht.
XIII. Zoo heeft de Overheid tijdens 'de Republiek dus metterdaad getoond als Dienaresse Gods voor de belangen der Kerk te waken. Zij heeft, zooals ook onze Geloofsbelijdenis in Art. XXXVI het uitdrukt, het niet alleen als hare roeping beschouwd om acht te nemen op ...
„Was ons hart niet brandende in ons”.
[PAASCHFEEST 1920] En zij zeiden tot malkanderen: as ons hart niet brandende in ons, als hij tot ons sprak op den weg, en als hij ons' de Schriften opende? Lukas XXIV : 32.De gewaarwording, die ons, belijders van denChristus.opdenPaaschmorgenaangrijpt, versc ...