De zaak Dr Ubbink.
II. IV. Op bladzijde 294 zegt Gij: „dat de Kerk principieel, en dat niet alleen in hare uitwendige verschijning, maar in wezen, zoolang zij nog op aarde is, zoowel in haar geheel als in hare leden, ook de allerheiligste, een vervlochtenheid is van het Goddelijk vol ...