Jaarboek der Vrije Universiteit te Amsterdam 1948 - pagina 89
85 REDE van Prof. Dr R. H. W O L T J E R bij de overdracht van het rectoraat aan Prof. Mr P. A. DIEPENHORST, op Woensdag 1 7 September 1 9 4 7Mijne Heren Directeuren der Vereniging voor Hoger Onderwijs op Gerejormeerden grondslag, Mijne Heren Curatoren der Vrije Universiteit, Mijne Heren P ...
Jaarboek der Vrije Universiteit te Amsterdam 1948 - pagina 90
86nuttig oordeelt. Op die vergaderingen heeft hij niet het hoogste, maar toch het eerste en het laatste woord. Bij processies heeft hij den voorrang en gaat hij zelfs aan de Curatoren vooraf. Hij vertegenwoordigt den Senaat bij voorkomende officieële gelegenheden, gaat op audiëntie bij de ...
Jaarboek der Vrije Universiteit te Amsterdam 1948 - pagina 91
87Nederlands en voor Geschiedenis in de literarische Faculteit of een opleiding in paedagogiese psychologie en paedologie, om van die voor het Notariaat nog te zwijgen. En eindelijk — zeker niet het minst belangrijke —: het getal der studenten steeg in deze 36 jaar tot ruim het achtvoudige ...
Jaarboek der Vrije Universiteit te Amsterdam 1948 - pagina 92
88 moeilijk te gissen. Een enigszins belangrijke verlenging van de ambtsperiode van den Rector met gelijktijdige uitbreiding van zijn bevoegdheden (deze twee dingen laten zich moeilijk scheiden), zou er licht toe leiden, dat de Rector niet meer een tijdelijk ,,primus inter pares" blijft, maar een ...
Jaarboek der Vrije Universiteit te Amsterdam 1948 - pagina 93
89 Krachtens het geschreven recht (het ongeschrevene, waarnaar mijn toenmalige ambtsvoorganger in 1911 verwees, kan hier beter buiten beschouwing blijven) is de taak van den Rector-Magnificus in hoofdzaak een viervoudige: Ie. Hij is voorzitter van den Senaat (of eigenlijk: de voorzitter van den S ...
Jaarboek der Vrije Universiteit te Amsterdam 1948 - pagina 94
90genomen werden. Die erkentelijkheid geldt inzonderheid den aftredenden Secretaris van den Senaat, den hoogleraar Gispen, wiens trouwe en opgewekte hulp voor mij van zeer grote waarde is geweest. En ook de bereidwilligheid van mijn ambtsvoorganger, Prof. Coops, zou ik niet gaarne onvermel ...
Jaarboek der Vrije Universiteit te Amsterdam 1948 - pagina 95
91tot bijzondere opmerkingen. En evenmin heb ik te gewagen van tuchtgevallen. Ofschoon dit laatste natuurlijk nog geenszins inhoudt dat er ten deze geen enkele aanmerking te maken zou zijn en steeds ten volle werd voldaan aan het door art. 2 van het Reglement zowel docenten als studenten v ...
Jaarboek der Vrije Universiteit te Amsterdam 1948 - pagina 96
92naars" „zou kunnen beslissen zooals hij wil zonder zich misschien belemmerd te gevoelen door een advies van de commissie", ,,en de commissie geen verantwoordelijkheid voor de beoordeeling van de ,,tekenaars" (zou) dragen, omdat haar advies niet gevraagd is". Directeuren antwoordden daaro ...
Jaarboek der Vrije Universiteit te Amsterdam 1948 - pagina 97
93der Leuvense Hogeschool, die zich zo verdienstelijk had gemaakt voor het Nederlandse Hoger Onderwijs. Den zevenden October van dat jaar woonde ik de inaugurele oratie bij van Van der Horst aan die Universiteit; den eersten van dezelfde maand was ik 's middags aanwezig bij de installatie ...
Jaarboek der Vrije Universiteit te Amsterdam 1948 - pagina 98
94Na aldus bij het neerleggen van mijn ambt, evenals de Atheemse magistraten, rekenschap te hebben afgelegd, over de vervulling daarvan, in de hoop dat mijn verantwoording in de ogen van bevoegde „euthunoi", alle omstandigheden in aanmerking genomen, niet al te zeer beneden de maat is gebl ...