De noodzakelijkheid eener christelijke logica - pagina 111
101 30)H. D I E L S , a.w., 11 B 1, 14 (45,2):XQrj Se jiQCÖrov fièv '&e6v v/ivéïv evcpQova? avdga? evcpT^juoig [xv&ois xai xa&aQÓïai Xóyoig. 21)H. D I E L S , a.w.,11 B 7, 1 (47,19):VVV a.%-1 allov sneifu Xóyov, èei^m èè icéXevd-ov. 22) E. HOF ...
De noodzakelijkheid eener christelijke logica - pagina 112
102 30) Tegenover H. D I E L S , a.w., 12 B 2 (62, 4 v.v.) beroept LOEWzich op de lezing van ARISTOTELES, Rhetorica 31)III, 5.H. D I E L S , a.w., 12 B 72 (72, 20 v.v.).32) H. DIELS, a.w., 12 B 2, het slot (62, 5 v.v.). 33)H. D I E L S , a.w., 12 B 44 (68, 16 en ...
De noodzakelijkheid eener christelijke logica - pagina 113
103 ^*) PLATO, a.w., 436 E 7—437 A 2 : Ovèsv Sga ^/uag t&v toiovto3v Xeyójusvov ixnXri^ei ovde juaXXóv xi neiosi, Sg note xi av x6 avxö Sv ajua xaxd xo avxo ngog to avtö xdvavtla ndêoc fj xai eïrj fj xal noiTjoeisv. ^'^) PLATO, a.w., 525 A 3 v.v.: 'AXkd (lévtoi, êq>r], xovxó y'è'xei ovx rj ...
De noodzakelijkheid eener christelijke logica - pagina 114
104 logische interpretatie van SOLMSEN, a.w., pg. 118—119 en 98, noot 6, die uit den context aantoont, dat genoemde plaats deel uitmaakt van een stuk dat ARISTOTELES eerst geruimen tijd later in den tekst inlaschte. ''*) Terecht wijst W. GENT, Die Philosophic des Raumes und der Zeit, Historische, ...
De noodzakelijkheid eener christelijke logica - pagina 115
105 deelen spreekt, zonder dat hy op dit verschil de aandacht vestigt. Soms nl. noemt hy „contradictoir" de verhouding van een ontkennend individueel oordeel — tegenwoordig „tegeninstantie" genoemd — tot een bevestigend algemeen (VII, 5 ) , dan weer gebruikt hy dezen term in den tegenwoordig alge ...
De noodzakelijkheid eener christelijke logica - pagina 116
106 106) C. PRANTL, a.w. I, pg. 438, noot 109 en pg. 450, noot 136, en, op gezag van dezen, H. SCHOLZ, a.w., pg. 34. i"'') Hier trof 'k haar het eerst aan en wel bij de quaestie-DE Rivo, waarover hieronder pg. 77. " * ) Anieii Manlii Severini BOETII commentarii in librum Aristotelis JJEPl ERMHNEI ...
De noodzakelijkheid eener christelijke logica - pagina 117
107 mentliche Wissenschaft u n d die Kunde d e r alteren Kirche, xxix, 1930, pg. 209—264. PHILOPONUS w a s een leerling, doch geen volgeling van AMMONIUS (Hermeiou) — zie pg. 63 van deze studie — en schreef verschillende commentaren o p geschriften van ARISTOTELES, ook op diens beide Analytica en ...
De noodzakelijkheid eener christelijke logica - pagina 118
108 in praeteritis definite nee quemadmodum in praesentibus, sed enuntiativarum vocura duplicem quodammodo esse naturam, quarum quaedum essent non modo in quibus verura et falsum inveniretur, sed in quibus una etiam esset definite vera, falsa altera definite, in aliis vero una quidem vera, altera ...
De noodzakelijkheid eener christelijke logica - pagina 119
109 de théologie de Louvain au premier siècle de son exestence (1432— 1540), e t c , Louvain, Bureau de la Revue d'histoire ecclé, siastique, 1911, pg. 80—81. w2) T. LAMINNE, La controverse sur les futurs contingents d l'Université de Louvain au XVe Siècle, in Académie royale. Bulletin de la clas ...
De noodzakelijkheid eener christelijke logica - pagina 120
110 vindt men bij FRéoéRiCQ, a. art., pg. 51 — staat: non reprobare seripta dominj et magistri Petrj Aureoli, ex quibus dictus jpse ra. Petrus de Rivo totam suam jnteucionem et suum tractatum et dicta sua fundavit et collegit 1*8) GRÜTZMACHER, art. Dominikaner in P . R. E., 4 3, pg. 768— 781, voo ...