Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 351
;Van GodesVoorsienigheyt.B47V. Kegeert hy de woleken, wint, donder, blixem, hagel sneeuw ? A. Ja: Job 28. 26. Psalm 104. 7. V. Regeert hy oock den tijt van 's menschen leven ? A. Ja: Job 14. 6. Psalm 31. 16. Actor. 10. 23. V. Regeert hy het houwelick ? Genes. 24. Uyt h ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 352
,Van Godes348dV.Hoe?Voorsienigheyt.absolutelick, of alleen in seker uyterlickopsicht ?A. Ten aensien van seker opsicht. V. In wat respect ende opsicht? A. Ten opsicht van Godt ende sijne regeeringe volgens den raet sijns willes, d V. ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 353
Van GodesVoorsienigheyt.349V. Waer uyt bewijst ghy, dat Godt regeert de dingen die ten aensien van de menschen by geval geschieden ? A. Exod. 21. 12. 13. Prov. 16. 33. Het lot wort in den schoot geworpen maer het geheel beleyt daer van. is van den Heere. Matth. 10. 29^ 30. Ma ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 354
Van Godes350Voorsienigheyt.A. Ordinare ofte gemeensame')ende extraordinareofte seltsame middelen.dV. Wat verstaet ghy door de gemeensame middelen? A. Soodanige instrumenten ende werckingen der voorsienigheyt Godts welcke door de scheppinge i ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 355
Van Godes A,OmdathyVoorsienigheyt.351die tot redelicke schepselengemaektheeftV.Waerin bestaet het onderscheyt der regeeringeGodes over de Engelen en menschen, ende over de andere schepselen? A. Dat hy haer, nevens ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 356
Van Godes352Voorsienigheyt.dat ik sal verdoemt zijn, soo moet ick verdoemt sijn^ noch soo wel? A. Ja. d V. Waer door worden deze menschen verleyt tot dese onbesuystheyt ? A. Dat sy den verborgenen wille Godts den regel haers bedrijf maken willen, d V. Evenwel, wat kan een men ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 357
Van Godes353Voorsienigheyt.en daerbeneven vooi: het toekomende alle mijn betrouwen van alle creaturen af te trecken, ende alleen op Godt te stellen. V. Kondt ghy hier door vermaent werden om geduldigh te zijn in tegenspoet? A. Ja. V. Hoe? A. Dat ick weet, dat alle het gene my ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 358
Van Godes354 A. Uyt schietGVoorsienigheyt.myaenmerckinge van het goet datge-is.V. Alle geluck en voorspoet, vruchtbaerheyt spijse ende dranck, rijckdom ende gesontheyt, &c. komt dat van Godt? A. Ja: Psalm 127. 2. 't Is te vergeefs dat gh ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 359
,Van Godes db355Voorsienigheyt.V. Maer seght my eens kortelick waer in dese danckbaerheyt tegen Godt bestaet? A. In hem met herte ende monde te roemen ende te prijsen, van wegen alle het groote goet dat de Heere ons gedaen heeft, als oock in een gedurigeb ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 360
,,Van Godes356Voorsienigheyt.heyt Godts oock nootsakelick te geloovenomde eereGodts? dA. Ja. V. Indiense nootsakelick is te gelooven om de eere Godts soo yemant dan loochent de scheppinge ende voorsienigheyt Godts loochent hy dan alle de eyg ...