Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 193
181„Moest" zoo vroeg hij aan Cleopas en zijn metgezel, „moest de Christus niet alle deze dingen lijden, en alzoo in zijne heerlijkheid ingaan ?"Een kort, een vluchtig, een snel uitgesproken woord, maar waarin hij, die den breeden, diepen stroom van smart en dood doorwaadde, nogmaals ...
Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 204
192 het meenens. Dan gaat de trilling van het leven op den diepsten bodem van dat leven door. Zie het aan Transvaal. De Britsche huurling Vecht prachtig, en toch, het bezielt niet. Wat bezielt is een volk, dat zijn bloed vergiet voor zijn heilige panden. •Dan wordttotToch zeg ...
Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 202
190 in het zestiende kapittel, het zesde vers, „als Ik bij u voorbijging, zoo zag ik u liggen vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uwen bloede Leef, ja. Ik zeide tot u in uwen bloede Leef." In taal en toon spreekt hier reeds de heftigheid der aandoening bij het zien van bloed. En er ...
Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 203
191Toen Kaïnbroeder Abel doodsloeg, en het bloed van Abel des menschen bloed zich voor het eerst aan het menschelijk oog vertoond. Hier is de zonde. De zonde, die de ziel verwoest, rnst niet, eer ook het lichaam des menschen ontdaan wordt. En ze houdt aan, tot het bloed, dat het lev ...
Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 201
189roemt in Christus als zijn Heiland, als zijn Middelaar, als Verzoener en Koning, maar van dat alles straalt hem no g niel dat zekere, dat afgedane, dat volbrachte, dat eeuwige ruste aanbrengende toe, waarin hij als kind van God zich zalig weet. Er is meer dan een vergezicht dat hier geo ...
Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 200
188 hebben, niet in de toevalligheid dat zulk een Borg zich onzer ontfermde, maar heel anders in het eeuwig voornemen Gods, om ons in Christus' lichaam in te lijven. Omdat hij, de Christus, en met hem, zijn lichaam, en in dat lichaam elk lid, dat er één plante meê wierd, geheiligd is, daarom rust ...
Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 199
187 dit met den Borg gemeen heeft, dat de redding dooi- hem aangebracht, de zaak afdoet en voor altijd uitwijst en beslist. Borg zegt derhalve, dat Jezus uw wezenlijke Priester is. die uw zake bij (xod heeft afgedaan, en u waarborg biedt dat ze voor eeuwig afgedaan blijft.juistHieri ...