De schoolwet voor de vierschaar van Europa. - pagina 10
tegendeel heeft men gewild, door ttcee bepalingen. dat op elke school drie uren 's weeks godsdienstonderwijs in den schooltijd zal worden gegeven, en 2. dat de openbare school een confessioneele kan zgn. Omtrent het eerste bepaalt Art. 27 der wet van 8 Maart 1868 r Voor het onderwijs in den godsdienst worden in het leerplan wekelyks drie uren aangewezen voor elke klasse. Het wordt gegeven en gecontroleerd van wege de Kerkgenootschappen. Artikel 7 dat kinderen, die tot een minderheid behooren, deze uren niet op school behoeven te komen, en dat het schoollokaal, met vuur en licht^ later te hunner beschikking is. Ook aan de onderwijzers kan het onderwijs in den godsdienst worden opgedragen, mits ze hiertoe van wege de Kerk gemachtigd zijn. uitvoeriger nog en uitgewerkter zijn de bepalingen omtrent het confessioneel karakter, dat een openbare volksschool dragen kan. Zoo dikwijls men in eenige burgerlijke gemeente tot de oprichting van een nieuwe volksschool overgaat, wordt, volgens Artikel 12, door de inwoners dier gemeente beslist, of deza school een gemengde» dan wel een confessioneele zal zijn. Zulk een besluit bindt voor den
Het 1.
:
van tien jaren. Bestaat in een stad of dorp een kerkelijke minderheid, die door dit besluit gedrukt zou worden, dan kan ook zij een eigen school verkrijgen, indien gebleken is, dat gedurende drie jaren minstens 50 schoolkinderen tot haar behoorden. Zoodra dit getal onder de 25 daalt, trekt de schatkist zich terug. De kinderen dezer fractie behouden niettemin het recht, de school der meerderheid te bezoeken en gedurende het godsdienstonderwijs heen te gaan. Onder toestemming van de betrokken partijen kan een gemengde school in een confessioneele of omgekeerd veranderd worden. Uitgaande van het feit, dat de toestanden in do verschillende deelen des lands verschillend waren, heeft men derhalve een elastiek schoolstelsel gekozen, dat, zonder aan eenvormigheid het leven op te offeren, zich naar die verschillende (oestanden schiktijd
ken kan. Niet de Staat, het profijtelijkst
maar de
burgerij beslist,
wat voor elke gemeente
is.
blijkt nog te meer uit de Er bestaat volgens Artikel 14
Dit
instelling der schoolraden. gemeente een schoolraad,
in elke
In deze schoolraden hebben zitting: 1. de bedienaren van den godsdienst, 2. de Burgemeester, 3. één der onderwijzers en -i. drie tot vijf burgers, waarvan een door den gemeenteraad, de overigen door de gehuwde borgers en weduwnaren der gemeente, onder zekere bepalingen, gekozen worden. Over deze schoolraden staan gewestelijke die op hun benrt aan een rijksschoolraad onderworpen zijn. {OrUschulrath, KreUzschulratk en Oberschulrath.)
We onthouden ons van elk oordeel over dit stelsel. Slechts beweren we dat de Badensche Schoolwet, als proeve van wetgeving, de
onze
verre
overtreft,
en
voor
een
land, dat schier dezelfde
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 36 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 36 Pagina's