Het redmiddel. - pagina 25
23
Wat
bereikbaar schijnt, is alles behalve >een beuzeling", heel wat anders dan »een kluitje in het riet," gaat veel verder dan onze voorloopige eiachen ooit gingen. Niemand heelde zich dus in, dat, al werd ons deze eisch gegund, onze strijd tegen het on-Nederlandsche in onze Gromlwet uit zou zgn. Die strijd komt hierbij ternauwernood te berde. Al vloeide ons het goud als een stroom toe, nog zou die strijd onverzwakt en onverflauwd blijven bestaan; terwille van de histoter wille van onze nationaliteit; uit plichtbesef; om het rie;
en
3.
wellicht
thans
recht.
afwachting daarvan is het alleen de vraag: Hoe zullen we onbesuisden aanval afweren, waarmeO de HH. Moens en Kerdijk ons nog het weinigje willen ontrooven, dat we hebben? In
den
feilen,
Hoe
zullen
Dat
is
we leven
blijven ?
geen staatsrechtelijk vraagstuk, maar een kreet
om
zelf-
behoud.
Daar
is
ieder toe gerechtigd.
Ook de nte/-Kiezer. De moeder minstens evenzeer
De eenvoudige ten als de vader. plattelande niets minder dan de spitsvondigste advocaat. Hoe men dat nu stuurt of inricht, is ons in zeker opzicht onverschillig.
Indien slechts gezorgd wordt dat de verbetering van het ondermaar ook onze school niet aan de verbetering van het onderwijs worde opgeofferd, is ons de vorm om het even. Weet de Liberale pers, die zelf erkende Elke verbetering ran de Staatsschool maakt de positie der bijzondere school slechter, en dus toestemde dat we er zoodoende onder raken, een beter redmiddel, dan wij aangaven, niets zal ons liever zijn. Slechts één ding eischen we: Men late van zijn hardvochtige, on-
wijs niet aan de belangen onzer school,
:
barmhartige houding
Men >Ge
zegge
zult
er
af.
langer
niet
van
wel
wat het
Vaderland
slechter conditie
schi-ijven
me^ worden;
edoch
dorst: dit
is
onvermijdelijk r'
Zóó
schrijft
men
niet als
men van landgenooten
spreekt.
De gelden waarvan de Staatsschool en de gelden waarvan de bijzondere school leeft, komen ter laatste instantie uit dezelfde bron, w. uit de kas der burgerij. Daarin schuilt de moeielijkheid. Immers het spreekt wel van zelf, dat er in den boezem der natie slechts een beperkt aantal tonnen gouds voor onderwijs beschikbaar is. Neem dat cijfer zoo hoog ge wilt. Toch, ieder stemt het toe, heeft ook dat cijfer zijne grenzen. Nu trok de Staatsschool dusver reeds zoo onevenredig veel naar t.
zich, dat er voor
de Christelijke school slechts een zeer bescheiden
deel overbleef.
Dacht
men
aan
verandering,
dan zou er derhalve eer sprake
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's