De schoolwet voor de vierschaar van Europa. - pagina 19
17
wet
belichaamd
is,
t.
w.
dat volksopvoeding met verwaarloozing van
het godsdienstig element ongerijmd
[Fran'trijk
is.
Pruisen.]
Het lager onderwijs voor Frankrijk is onder Napoleons bewind geregeld door de wet van 15 Maart 1850 en door die van 10 April De eerste is van den Minister de Tallouz, de laatste van 1867. Duruy. Gelijk men weet, is door tal van decreeten, zoo vóór als na 1867, in onderscheidene bepalingen der wet van '50 wijziging Ook op deze zullen we het oog houden. gebracht. Naar luid van deze wetgeving, is elke gemeente verplicht, één Met toestemming van den Departeof meer scholen te openen. mentalen Raad voor onderwijs kunnen twee of meerdere gemeenten, die dicht bijeen liggen, saam een enkele school oprichten. Gemeenten, die kosteloos onderwijs willen geven, kouden het hierdoor ontstaan tekort in hun financieel beheer niet op den Staat Na '67 is dit gewijzigd. verhalen. door het bijzonder onderwijs op voldoende wijze in de beIs hoeften der bevolking voorzien, dan behoeft geen openbare school geopend te worden, mits uit de gemeentekas vergoeding van schoolgeld aan onveröaogenden verleend worde. In gemeenten, waar meer dan één erkend Kerkgenootschap vertegenwoordigd is, worden voor de kinderen van elk dezer afzonderlijke scholen ingericht. Een gemengde school kan slechts voorloopig en met dispensatie van den Departementalen Baad in stand worden gehouden. In gemeenten Van meer dan vijfhonderd inwoners
zijn de scholen voor jongens en meisjes eveneens gesplitst. Het lager onderwijs, zoo op de openbare als bijzondere scholen, omvat: 1. het onderwijs in de zedeleer en in den godsdienst ; 2.
lezen enz. De inspectie
over het godsdienstig onderwijs is opgedragen aan de bedienaren van den godsdienst. Voor het maatschappelijk onderwijs is de inspectie opgedragen, behalve aan de Rijksinspecteurs, aan gedelegeerden uit do verschillende kantons, die niet door de burgerij benoemd, maar door den Departementalen Raad aangesteld worden voorts in elke plaatselijke gemeente aan den burgemeester, den pastoor, den predikant, den rabbijn en in gemeenten van meer dan 2000 inwoners aau een of meer ingezetenen, die door den Departementalen Raad zijn aangewezen. In elk Departement staat aan het hoofd van geheel het schoolwezen de Departementale Raad. Deze is saamgestold, behalve uit mannen van het vak, uit don bisschop, oen predikant en oen rabbijn, voor zoover er Gereformeerde, Luthersche of Joodsche gemeenten Departement aanwezig zijn, den procureur-generaal bij het in het ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 36 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 36 Pagina's