Honig uit den rotssteen - pagina 30
26 den mond, waar Kracht aanbiedt?
hij
zicli
als
den Voeder onzer
ziele
en onzes levens
Och, dat de oogen voor de eenvoudige, klare taal van ons heerlijk Evangelie toch opengingen! Neen, er is aan Jezus' disch, er is in Jezus' Koninkrijk geen plaats voor ryke geburen of magen van hoogen stand, of geestelijk verzadigden.
komen toch
Die hebben
altijd of land aangekocht, óf het een vrouw aangenaam te maken. Die hebben geen tijd. Of ook, komen ze al, dan komen ze niet om zich door Jezus te laten weldoen, om eens aan zijn tafel verkwikt en verzadigd te worden maar om welstaanshalve niet weg te blij ven, meenende Jezus nog wel een dienst of een eere of een genoegen te doen, en dan onder heel wat aanmerkingen op wat Jezus hun voorzet, „met lange tanden," zooals het volkswoord zegt, even de kostelijke sp^s aan te raken en dan weer huns weegs te gaan. En zouden dat de zielen zijn waarvoor Grods Zoon zijn bloed heeft
Die
trekdieren
te
niet.
bezichtigen,
óf
;
gestort ?
Neen, hoor maar, hier is een heel ander mensch, hier is „de verzoon," en wat roept die uit? o. Luister, die roept: Ik verga van honger! Zie daar de dienstknechten uitgaan in de heggen en stegen om te nooden, te trekken, te dwingen, dat Jezus' huis maar vol worde; en die behoeftigen, die armen, die ellendigen, o, die leven op als ze hooren van dien heerlijken disch, en zijn zoo kieskeurig niet of men ze ook al soms bij den arm aangrypt, die willen wel tot ingaan gedwongen zijn. En komen ze dan binnen, o, dan glinsteren hun oogen op het gezicht, dan vallen ze schier op de spijze aan, dan genieten ze zooals nooit, en dan is alles hun goed en heerlijk, dan kunnen ze loren
zich
maar
om
hen toe
niet
begrijpen dat
die rijke Grastheer zoo vriendelijk
was
en hen met die weelde te verkwikken! o, Van niets dan van Jezus spreken ze dan bij 't weggaan, en niets dan lof en eere hebben ze dan voor zijn avondmaal, en het is dan onder die huiswaarts keerenden één gejubel voor dien erbarmenden Heiland! Zoo kras mogelijk zegt Jezus daarom dan ook, dat geen van die andere zelfgenoegzame en rijke geburen zijn avondmaal smaken zal, en pryst hij daarentegen „zalig die hongeren" en gelast hij niet die oververzadigden te nooden, maar „den arme en blinde en kreupele en die naakt is." Jezus weet het, die rijke vindt toch niets goed. Hij komt met critiek in plaats van met honger tot het brood, en wordt daarom door dat toch nooden eer gestijfd in zijn hoogmoed dan vernederd voor zijn Heere. Neen, voor den arme is zyn Koninkrijk! Voor den arme, die voelt te laten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's