Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 105

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 105

3 minuten leestijd

101 geschreven staat, zijn weerloos volk letterlyk „dwong hoereeren." o, toen heeft de Heere zich wel over het arme volk ontfermd, en het zoo vervolgd met pestilentiën en plagen en afval van tribuutstaten en inval van de Filistijnen, dat de consciëntie des volks wakker kon blijven, maar de ellendige Joram voelde dien prikkel niet meer, tot het kwaad eindelijk hem zelf aantastte en hij aangegrepen werd „door een plage in zijn ingewand daar geen genezen aan was," dat „zijn ingewand uitging en hij stierf van booze krankheden!" En toen lag daar het misvormde lijk van den afvalligen koning, om niets dan verachting voor zijn nagedachtenis te wekken. Want, zoo lezen we, vooreerst onthielden ze hem de koninklijke hulde en „brandden geen branding voor hem," en ten tweede wilden zij hem niet in den koninklijken grafkelder byzetten, en eindelijk liep luide de sprake door Jeruzalems straten ^^dat Joram heenging zonder van iemand begeerd te zijn f En nu, de paden waarop Joram uitgleed en verviel van de gunste zyns Grods, zijn, dat spreekt vanzelf, niet de wegen der zonde, waarop wij onzen God verdriet aandoen, eenvoudig omdat we in andere gelegenheden verkeeren en de verleiding, die op ons aankomt, andere afmetingen heeft en een anderen vorm draagt dan bij hem. Maar wat doet dat verschil in de vormen onzer zonden af bij het einde, als het licht uit ons oog wordt uitgebluscht, en ook wij worden afgelegd, en men ook ons zal uitdragen, en de dunk openbaar zal worden, die in de harten der menschen over ons leeft? Dan, als het daar op aankomt, als der menschen oordeel over o. ons een profetie staat te worden van het oordeel Gods dat komende is, zeg mij, gij die den ernst aandurft, is dan het „heengaan zonder begeerd te zyn" in onze kringen niet meer gekend? Och, laat u toch by het afsterven van wie om ons zyn niet misleiden door het rouwmisbaar van het oogenblik. De dood grijpt altijd aan. De gesloten luiken maken altijd somber. Een begrafenisstoet brengt beweeglijke gemoederen zoo licht in jaging. Neen, neen, niet dit, maar wat daarna komt is de werkelijkheid; en de vraag is maar, als die tranen van het hartstochtelyke zijn afgedroogd en de luiken weer openstaan en de teekenen van rouw weer zijn weggeborgen, is er dan, dan nog om u heen, zoo vastelijk een begeeren om terug te erlangen die van ons gingen, omdat onze laatste, gelijk er

om te En

:

^

begeert? ge dan oprecht wilt zijn, ja, spreek het dan maar uit, lezer, en erken het, dat in zeven van de tien gevallen, reeds na jaar en dag schier de heugenis van die heengingen ophield vanzelf te werken. Als een ander er van spreekt, als er iets voorvalt dat aan den afgestorvene herinnert, bij het terugkeeren van geboorte- of sterfdag, als men weer het graf even bezocht, o, ik weet het, dan ja, komt er

ziel ze

En

als

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 105

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's