Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 37

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 37

2 minuten leestijd

33

XYI. (onnutte öien^tfinecöten Indien gij gedaan hebt al wat u bevolen zoo zegt Wij zijn onnutte dienstknechten. Luk. 17 10.

is,

:

:

Wat

woord komt, toch weinig, ja volvan den armen, hooggevoelenden mensch met al zijn leugenachtige inbeeldingen, zelfs dan wanneer hij wedergeboren is, over? o. Voorzeker, uw Redder komt tot u met een schat rijker dan de Wijzen uit het Oosten bij de kribbe van Bethlehem aanbrachten. Hij zal u wit wasschen als sneeuw; met kostelijke nardus u zalven; u kleeden in het fijnste lijnwaad; met sieraden u overdekken; de kroon der eere u op 't hoofd zetten; u doen zitten in zijn troon; u drenken uit zijn beker; en u doen blinken als een star in het uitspansel, maar dat alles slechts op deze stellige, onontwijkbare voorwaarde, dat ge hem éérst toelaat het laatste overblijfsel van inbeelding en eigengerechtigheid u met het gloeiijzer van zijn heilig Woord uit de strekt

blyft er, als Jezus aan het

niets,

.

.

.

branden. wist wel, bekeering toe zou gaan.

ziel te

De Heere

Eerst,

o,

in

hoe het in een menschenhart

bij

en na

zijn

woorden althans, geheel zich zelven wegwerpen, van

zonde overtuigd, door schuldbesef en boete overweldigd worden en met een „Heere! Grij alles, ik niets!" zich om uitkomst, om redding, of er nog genade was, als een verlorene nederwerpen aan den voet van het kruis. Dusver gaat alles dan ook goed. Maar als het nu uit de verbrijzeling tot het jubelen van den verloste komt, och, dan weet Satan weer, o, zoo sluw, de punt van zijn dolk tusschen de gespen van het pantsier te schuiven en uit die giftige aanraking ontstaat dan allengs een u eerst vreemd gevoel: „dat ge nu dan toch een verloste, dus iets meer dan die andere en beter dan die massa zijt, en dat, zoo ge nu maar de handen uitsteekt en in het goede overvloedig zijt, uw lief en heilig persoontje dan toch ook een ver van te versmaden aanwinst is voor dien kleinen kring der vromen." Eeeds daarmee zyt ge vergiftigd! Maar erger nog wordt het, indien ge nu, och, zoo vanzelf, een vergelijking gaat maken tusschen het „uiterst weinige" dat die andere vromen doen en het „tamelijk vele" dat uw vroomheid uitricht; en voorts op dat hellend pad al verder glijdend, dan tot het besluit komt, „dat er in u toch meer realiteit, meer waarheid is," en u aanwent andere vromen altijd voor „onwaar" uit te maken; en och, al 3

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 37

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's