Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 226

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 226

2 minuten leestijd

222

Ook schiep

raijn geloof kan niet weg; het in en voor mij. Het is

want ik maakte ket zelf niet. maar dat het geloof voor een

Hy tijd

werkeloos werd.

En

o, lag dat nu aan mij, dan zou dat natuurlijk, eens werkeloos, werkeloos blijven. Want ja, zóó diep gezonken zijn we, dat we uit louter moedwil, uit hoogheid van hart, ik weet niet uit wat duivelschen lust, eens er de proef van zouden willen nemen, hoelang we het buiten Jezus

altijd

wel uithielden.

Maar

Hij,

wiens

liefde

we daardoor grieven en bedroeven,

Hij

waakt voor en over ons; en als Hij merkt, dat dat drukken van Satans hand op de geloofsader onzer ziele te ver zou gaan, en doodelijk zou worden, dan schuift Hij in zijn oneindige erbarmingen dien handgreep van Satan van ons af; en dan vloeit het leven weer; en dan leven we door den geloove; en Hem looft weer al wat in ons is als den Trooster van oneindige ontferraingen, den goddelijk-minnenden Eedder onzer ziel.

laat dat niet toe; zijn oog

XCII. 'Zttt gïaötïe pïaatfcn in tt tionïkröciti»

Daarom

zal

hun weg

zijn als zeer

de donkerheid gedreven worden en vallen. plaatsen in

;

zij

gladde

zullen aan-

Jerem. 23

:

12.

Ieder onzer moet vooruit en verder. Maar om vooruit te komen, moet er een wer/ zijn. En die weg, daar gaat het maar om. o. Drie!" werf gelukzalig de ziel, die zeggen kan „Den weg vond ik Den weg, wereld van de losmaking maar der eerste niet weg^ Den niet maar van een eerste toekeering tot Jezus. Neen, maar den weg, waarop de ziel leven vindt. Den gebaanden weg. Den weg van Grods heiligen! Dien weg, waarop onze ziel nooit wandelen kan, of ze merkt, dat Grod de Heere er óók op wandelt en al zijn uitverkorenen en zijn engelen met Hem Want geen weg te hebben is zoo vreeslijk. En toch, dat is nog lang het ergste niet. Neen, het schrikkelijkste is, als we den weg des levens voor ons zelf afsnijden, denkende: „Ik blijf liever maar, waar ik ben," en dat God de Heere dan komt en ons doet schrikken met zijn zeggen: „Dat nooit! Wilt ge mijn weg niet op, dan zult :

!

ge

langs

het

vlak

der

helle afglijden.

Maar

ruste

is

er niet.

Naar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 226

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's