Honig uit den rotssteen - pagina 147
aan zijn uitgeputheid ontkomt. Of wil men, dat het vleesch nooit minder honger heeft dan na dagen van werkeloosheid, terwijl bij de ziel juist na dagen van dorheid en stilstand de honger opwaakt; dat het lichaam nooit sterker den honger voelt prikkelen, dan na krachtsinspanning,
terwijl de geest nooit heerlijker verzadigd wordt, dan die krachtsinspanning alles doordringen en bezielen mag. Ja,
wanneer
op zijn kortst en scherpst tegenover elkander gesteld: dat bij het lichaam de arbeid de spijs verteert, terwijl de arbeid des geestes juist spijze aanbrengt; of om krasser nog en met het woord van Jezus te spreken de spijze zelf is. Op die tegenstelling tusschen de tegenovergestelde behoeften van het geestelijk en lichamelijk leven wijst heel het gesprek met de Samaritaansche vrouw. Haast zouden we zeggen: het kan eerst uit dat gezichtspunt begrepen worden. En daarom biedt Johannes 4 ons eerst de tegenstelling tusschen lichamelijk en geestelijk drinken, en daarna tusschen lichamelijk en geestelijk eten. :
Wie nu te putten
;
inspanning
lichamelijk drinkt, zegt Jezus, moet altijd weer komen om voelt den dorst opnieuw prikkelen en wordt door krachtiger ;
tot
al feller dorst
en
al
meer behoefte naar
steeds voller
teugen, aangezet.
Daarentegen wie geestelijk drinkt, die komt maar voor eens; die put niet, maar ontvangt; in diens eigen ziel springt en spat het water des eeuwigen levens; en hoe volvaardiger de ziel opwaakt, des te heerlijker wordt ze met volle stroomen gedrenkt en als overgoten. En nadat Jezus nu deze heerlijke gedachte met de Samaritaansche vrouw in het beeld van het drinken heeft afgehandeld, herhaalt hij nog eens dezelfde gedachte, hetzelfde heerlijke gronddenkbeeld, geheel dezelfde tegenstelling tusschen vleesch en geest, maar nu in het beeld van spijze nemen. Immers bij de jongeren, die alleen aan lichamelijk eten denken, is niets dan bezorgdheid, dat Jezus honger zal hebben, dat de reize en nu weer de arbeid van dit gesprek hem zal hebben uitgeput; en nu ze hem in stee van uitgeput nog vol kracht vinden, kunnen ze zich de toedracht haast niet anders verklaren, dan dat „een ander hem spijze moet gebracht hebben." Och, hun woord tot Jezus is maar aldoor: „Rabbi, nu ge zoo lang gearbeid hebt, zoo eet!" (vs. 31).
En wat Hij,
doet terstond
nu Jezus?
op het geestelijk leven overgaande, zegt: „Eten, om en nadat ik gearbeid heb? Maar. mijn lieve jongeren, dan verstaat ge het pit der zaak nog niet arbeiden dat was voor mij eten, iverkeii .
.
;
was
het middel om verzadigd te worden. Mijn spijze was doende kon zijn. Het heeft mij juist gevoed en de kracht vernieuwd, dat ik weer werk kon volbrengen!'^ dat
juist
juist dat ik
Dat wil nu natuurlijk
volstrekt
niet
zeggen,
dat er
bij
een ge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's