Honig uit den rotssteen - pagina 81
77 klein zijn
te
houden, dat gij u niet op uw kennis, en hy zich niet op zou verhoovaardigen, en ge beiden saam Hem tot glorie
liefde
zondt,
leeren
,,die
gemeenschap der heiligen"
te betrachten, die alle
dingen gemeen heeft en de broederen dient.
XXXVI.
Mtt
licr^cge oïic aliergoten. Gij
zult mijn hoorn verhoogen gelijk eens ik ben met versche olie overgoten. Psalm 92 11.
eenhoorns
:
:
waarom
het beeld, aan den arbeid onzer eeuw ontleend, gewel waarlijk, ook in de werkplaats van ons menschelijk hart daarbinnen dry ft en jaagt een wonder kunstig ineengezette machinerie, met al haar raderen en veeren, en, onze droomen en onze visioenen meegerekend, gunt het dringend, drijvend leven aan dat innerlijk werktuig rust dag noch nacht. En daar kan ons hart tegen. Daar is het op aangelegd. Onze zenuwen hebben verpoozing noodig, maar ons hart niet. Mits, en zie, aan die voorwaarde hangt de welstand uwer ziele, mits de werking maar ga naar het bestek, naar Grods ordening, naar de goddelyke gedachte, waarop uw hart is ingericht. De drijfkracht van boven, uit Jezus, in u dalend, en rad op rad ^oo zacht en zoo onmerkbaar werken latend, dat het hart leeft zonder zich te voelen of om zichzelf te denken, en alleen maar denkend om wat moet voor Jezus' glorie en voelend voor wat lijdt om zijn Naam. Maar aan die harmonie ontvielen we. Zóó heerlijk en gelijkmatig drijven de raderen in ons hart, helaas! niet meer. Satan wil er drijfkracht op laten werken in plaats van Jezus. De raderen loopen naar den kant van de wereld in plaats van naar de zij van Jezus toe. En het gevolg is, dat hetgeen glad was stroef, wat gepolijst was stram en met roest gevlekt wordt, en dat ons hart ons pijn gaat doen, omdat de spil knarst en de veeren zuigen en de raderen stooten, en we onder den jammerlijken indruk komen, dat het niet wel met ons is, dat we niet goed en niet Gods weg en wil loopen, en dat het schreit, schreit met zoo diepen weemoed, uit die verborgen werkplaats onzer toch weer in den gang des Heeren te komen en weer den ziele, om loop te loopen, naar zijn heilig bestek. En komt dat, op ons gebed of zonder ons gebed, zeker altijd tegen onze verdienste en uit louter genade; overkomt ons dat, en sluipt stil
Och,
meden
!
Ja,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's