Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 213

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 213

3 minuten leestijd

209 en kinderen des daags, zoo laat ons dan niet slapen gelijk de anderen, maar laat ons waken en nuchteren zijn!" „Wij die des daags zijn, laat ons nuchteren wezen, aangedaan hebbende het borstwapen des dat, dat is de toon van hooggespannen geloofs en der liefde!" ernst, die door al de Schrift gaat; de toon, waarop een Grod ons in die Schrift toespreekt, die ziet, hoe zijn eigen kinderen op het punt van insluimeren zijn, en ... die al het bange gevoel van dien slaap der ziele kent. Het kost strijd, ik weet het wel, wakker te blijven tegen die o, macht der bedwelming in. Als de oogleden zwaar worden! En een benevelmg over de levensgeesten komt, die elk pogen om helder te blyven verijdelt. En we nog willen roepen, maar er geen stem meer in de keel is en de lippen zich machteloos bewegen. En we nog ons aangrijpen, om naar den hemel op te zien, maar een floers voor Grod en zijn troon en zijn engelenheir trekt. Dat we niets meer waarnemen. En alles dof en grauw en levenloos om ons heen wordt. En we nog wel bidden willen, maar zelf walgen van ons gebedloos prevelen en we maar uitscheiden zonder Amen te zeggen op wat geen

.

Amen waard

is!

het is ontzettend, als we nog even, door het floers van die nevelen heen, de gestalte van onzen Heiland daar van verre zweven zien, dat we nog roepen wilden: „Kom, Heere Jezus!" maar zien, En we ons nog wilden losworstelen maar dat Satan bij ons is dat het niet meer kon; dat het al te ver was; en we de worsteling opgaven; en de oogleden toevielen; en de beneveling ons nu geheel bedwelmde; .... ja het is schrikkelijk .... en er zou ook 7iiets meer aan te doen wezen .... indien uw Grod geen macht had, om, tot in dien slaap, met zulk een stemme des donders tot uw ziel te komen roepen, dat Satan wel af moest laten, en gij, weer wakker en nu nuchter geworden, de zelf beschuldiging over dien slaap dien ge geslapen hebt, gingt uitweenen aan den voet van het kruis. Ja,

!

Want

;

kinderen nooit. Als ze weer op waken, dat deed Satan!" maar dan klagen ze zich zelven aan ; dan belijden ze, dat het door hun zonde was dan komen ze met boete en bekeering tot hun Vader weder. „Vader, ik heb gezondigd tegen den hemel en tegen en ben niet meer waardig uw kind genaamd te worden! Maak mij als een van uw huurlingen!" En dat is geen schijn, maar werkelijkheid! Want weet wel, mijn broeder, wie door bedwelmende dampen niet in slaap wil worden gebracht, die springt terstond op, zoodra als Satan de vensters wil dichtsluiten, en zegt: „Blijf af, o, onheilige! laat open die vensters dat de frissche lucht van Grods heilige bergen

dan

dat

zeggen

mist

ze

bij

nooit:

Grods

„o, Grod,

U

14

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 213

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's