Honig uit den rotssteen - pagina 117
J13 Zion? Hel hun willen aanzeggen, maar het achter de lippen gelaten, het verzwegen, het ingehouden? Welnu, hoort dan, wat de Heere u op het harte bindt: „Gre moogt dat niet op de tong smoren, ge moogt dit niet zwijgen, ge moogt dit met inhouden. Uitroepen moet ge het uit de keel, het hun aanzeggen in ontferming; ja, het hun zoo met doordringende liefde aanzeggen, dat ze de slip van uw kleed aangrijpen als van een trooster en bevrijder van hun ziel." Want, en dat toch niemand hier het oog voor sluite, juist in de harten van Gods kinderen ligt nog zoo menige knoop der goddeloosheid, die door het vrome werk eer vaster aangetrokken dan losgewoeld wordt. Knoopen der goddeloosheid, die wel hoogst spaarzaam, Grode zij dank, in goddeloosheid naar buiten komen, maar die te vreeselijker en te schrikkelijker het inwendig leven bederven en onwaar maken en verontreinigen voor het aldoorzoekend oog van den levenden Grod. Ja waarlijk, knoopen, in den vollen zin des woords, knoopen, waar ze gedurig den vinger aan zetten om ze los te maken, maar die zoo vast ineengeward zitten, dat er de nagels telkens bij afscheuren, tot ze het ook maar opgeven en zich in slaap wiegen met de g-edachte„Och, God, doo Gij het!"
En nu weet ik wel, dat het kind der wereld in dit zwarte op den achtergrond van het verborgen leven geen kwaad ziet, maar voor Gods kinderen is het een ijslijkheid Want immers, zij voelen, dat ze er hun lieven Vader zeer meê doen en beleedigen; zij weten het o zoo goed bij Geesteslicht, dat ze er het bloed van den Zone Gods meê ontheihgen; zij tasten het, dat ze er een ergernis meê zijn voor Gods heilige engelen; het maakt hen in hun eigen oog tot een verachting; het doet hun den zegen derven; Gods toorn maakt het gaande tegen hen; en ze lijden er onder als onder een kanker, die alles vernielt en al voortvretend te meer verderft. En toch laat men ze maar aan henzelven over. Er is boetprediking voor de lichtzinnigen, maar het ziel en merg doordringend aangrijpen van de kinderen Gods in hun onheiligheden, !
dat
schijnt overtollig, daartoe
komt men
niet; alsof niet de kinderen leugen onderscheiden waren, dat zij dat snijden in hun vleesch en dat boren in hun consciëntie u in dank afnemen, u als een bondgenoot bij dat kastijden begroetend van het betere in hun eigen hart. Och, als het Christenvolk in den lande op zijn Remonstrantsch zalig moest worden, we zouden zeggen: „Laat maar af en strijd niet verder, het is toch buiten hope, en alles om niet." Want in der waarheid, de ongerechtigheid is zeer machtig uitgebroken en de heilig-
Gods daarin
heden is
verwelken
er niet.
het
van
liclitst
de
kinderen
der
in Gods huis en de kracht om kracht te betoonen Of ja, er is wel kracht bij de oppervlakkigen, die het op nemen en van geen nauwe consciëntie hooren willen, maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's