Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 251

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 251

3 minuten leestijd

247

„Waak by deze kranke, opdat in den nacht haar hulpe ontbreke." Maar beteekent „Waak" uitsluitend: Zie toe, dat de slaap u niet weer overvalle, en ge uit den wakenden toestand; (3. i. uit den toestand van wakker te zijn; niet weer terugzinkt in den toestand eens slapenden. Het is met de ziel niet evenals met het lichaam, dat ze op gezette tijden zou moeten inslapen, om daarin weer te ontwaken; nogmaals te arbeiden en weer in te sluimeren; en zoo by beurte, met slapen en met waken, heel het leven door. De ziel moet nooit slapen. Slapen is voor de ziel even slecht, zondig en schadelijk, als een gezonde slaap voor het vermoeide hootd of het afgetobde lichaam weldadig en gezegend kan zijn. Slapen voor de ziel is op de ziel iets stoffelijks overbrengen; iets dat by de ziel niet hoort; dat voor elke ziel verderfelijk is; en het leven onzer ziel vernielt. Onze ziel moet 1'risch, helder, wakker, nuchteren zyn en is ze dat, dan kan ze dat onafgebroken, zonder zweem van rust volhouden; want het lichaam wordt van arbeid uitgeput; maar de ziel gaat door geestelijken arbeid van kracht tot kracht, door genade tot duidt dat óók niet:

geen

;

Wakker

zijn

voor de

ziel,

dat

is

het hoofd opsteken boven de be-

dwelmende rookwalmen dezer wereld uit, en nu om zich zien, hoe het met alle ding gelegen is, den Duivel als een duivel herkennen, en Jezus op den Troon te zien zitten en te merken, hoe, als een verkwikkende regen, de dauw der genade uit dien Jezus naar Grods kinderen afdaalt.

kunnen vertellen, hoe men straks, toen men zyn droom dwaasheid deed en in zijn droom zondigde, en in zijn droomen door goud en eer en y delheid en vleescheslust bekoord werd, maar hoe men, nu uit dat smadelijk droomleven opgewaakt, de onooglijkheid, de walgelijkheid, de schandelijkheid van

Wakker

sliep,

zijn,

droomde

dat

en

is

in

dit alles inziet en óók ziet dat de echte robijnen alleen in het hemelsche Jeruzalem flonkeren, en dat, wat hier keurgesteente leek, slechts namaak is en valsch.

En zoo moesten we allen staan; elk op zijn post staan, o. Wat zou dat leven goddelijk en heerlijk zyn Zoo wakker, met open oogen, en met vuur in dat oog voor onzen God. Maar zie, hier nu komt de Verdoover, de Blusscher, de Bedwelmer, de Inslaapwieger, tusschen beiden, en overgiet ons letterlijk met slaap. Met slaap ons en ons geslacht. Met zóó diepen slaap, dat onze kleine lieve kinderkens reeds dommelend en sluimerend in de ziel geboren worden. Vanwaar het komt, dat bij het opgroeien de geestelijke narcotica al lichter werken kunnen en we bij onze knapen en meisjes !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 251

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's