Honig uit den rotssteen - pagina 3
„De Heere bij:
die
uit
verkwikken, 's
onze Rotssteen!" zong
voorts,
Heeren volk er mee
nu en dan, aan Is
het
stukjes
niet
ze
op
beekjes
en
te
vangen,
de
er
En
er
enkele drup-
eigen
ziel
aan
te
vrucht dier genieting, ook het hart van
als
sterken,
te
om
Het zong
Israël.
honigbeekjes vloeien."
uit dien Rotssteen
„dat
pelen
is
is
het
onuitsprekelyk voorrecht,
Heeren dienstknechten gegund
's
hoog gegrepen,
te
herdrukte,
in
het
als
stil
ook de opsteller van deze korte
van
bewustzijn,
niet
buiten
die
begenadigde dienstknechten te staan? Althans,
er
om gevraagd was. En nu, spreekt
er
hem van iets,
iets
ook maar in
Barmhartigheden onzes
dan
door
verheerlijke of
gedoolds in
troost is,
hij
veel kanten, omdat er
ondoorgrondelijke
zondigs
bond
slechts in die heerlijke onderstelling
Ook omdat
saam.
aan
zijn
bedekke dat
dit
Grods,
rusteloos
bundeltje van de
dat
het
volk te brengen; zijn
deze schove
hem
dien
Grod
en wat er
trouwe genade en make
Hij dat werkeloos door de kracht der werking van zijn Greest.
De Amsterdam, 12 December 1880.
Schhijver.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's