Honig uit den rotssteen - pagina 128
124
uw gemoedsleven, het ideale van uw persoon! Want, niet waar, zoo van iets, dan zoudt ge daarvan ten minste nog kunnen hopen, nog durven denken: „Dat zal wel eeuwig zijn; dat wel blijven; dat wel met mij gaan!" Maar hoor nu, neen, ook die laatste riethalm buigt, ook dat laatste aller steunsels ontglipt u, want juist omdat gij het u zoo verkeerd voorstelt, komt de Heilige Schrift het u zoo zieldoordringend op het hart binden: „o, Mensch, bouw toch nooit, bouw toch in niets op deze uwe „goedertierenheid van hart," want Ik, uw Grod, Ik zeg het de welluidendheid van
ooh al deze uw goedertierenheid is ijl en vergankelijk als gij zelf Als het gras aan u verdort, moet ook die bloem des velds aan u voor eeuwig verwelken!" En vraagt ge in uw angsten, vraagt ge in uw zielsontroering „of u,
zyt.
dan dan
alles
vergaat, in
of er
dan
niets blijft?"
—
o,
luister dan, luister
zoo plechtige scheidingsure, naar wat die Heilige Greest er zoo heerlijk vertroostend bijvoegt: „Ja, er is wel iets, er is één ding dat wel blijft en eeuwiglyk blijft om nimmer te verzinken, en dat ééne, dat is: het Woord van uwen God^ mijn lezer, en dus ook alle „goedertierenheid" die in u, of in uw lieven op aarde door
nu vooral
en uit dat
Woord
is gewrocht!^''
LYI.
^xttc op
aartrc!
Meent niet dat ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen neen, zeg ik u, maar 34. Mattli. 10 ook het zwaard. ;
:
Hoe hol en leeg is toch „het verstand van den Woorde Grods" geworden, als men eens let op hetgeen er in de Kerstdagen alzoo van dat „Vrede op aarde!" in den reizang der engelen gemaakt wordt! Hoe vaag, hoe ondiep, hoe stuitend oppervlakkig zijn toch al die zinspelingen op Afghanistan en Atjeh, en in wat hoeken der aarde er meer nog krijg om winst gevoerd wordt. Alsof dat „Vrede op aarde!" dan niet iets oneindig rykers en hoogers en hartverheffenders bedoelde, dan dat het uit zou zijn met het vechten van onze krijgslieden! Wat verstaan predikers en auteurs en teekenaars, die bij zulke gemeenplaatsen aanlanden, dan toch bitter weinig van den wezenlig ken, eigenlijken strijd, die niet bloed maar zielen kost, en niet op één enkele plek en soms, maar alle dagen en alle uren, aan alle einden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's