Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 163

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 163

3 minuten leestijd

159 3); dat dus beneden het ongezuurde brood staat; deeg eerst zijn luchtigheid bijzet, en het aldus bruikbaar maakt voor onze verteringsorganen. En daarin nu is het brood, d. i. het groote voedingsmiddel, waardoor het menscheiyk leven in stand blijft, beeld van dat menschelijk leven zelf. Immers, ons menschelijk leven is, laat ge het aan zichzelf over, „een leven der ellende;" een armelyk, troosteloos aanzijn; om en

ellende" (Deut. 16

aan

in

:

het

uw

hart.

Vandaar de gedurige vraag naar „prikkelen ;" naar iets dat ons boven dat alledaagsche verheffen kan; dat ons ophefPe en doe rijzen. En die prikkelen schept men dan ook, en al wat het leven, vooral onze groote steden, dan ook menschelijk, haast zei ik, leefbaar maakt, hangt van opwinding, van inspanning, van overprikkeling aan

in

elkaar.

En wat

erger

nog

is,

alle

geestelijk leven, dat buiten het

zaligmakende omgaat, en toch een glans en sieraad in deugd en aanminnigheid weet te vertoonen, is, tot zelfs als het zich vroom aanstelt toe, niets dan een gehevelde levensuiting; d. w. z. een levensuiting die onnatuurlijk, het gevolg van een in het hart gestoken ingrediënt van eerzucht of hoogheid, kortom van een boven zijn maat gaan, van het prikken van geestelijke prikkelen, van een spannen en opschroeven, is. Zie, zooals de Kaffers en Zoeloes leven, zóó zou ook bij ons het menschenleven zijn, als men er geen zuurdeesem in deed. Zoo plat, zoo neergeslagen, zoo afbrokkelend en smakeloos. En om dat bange en ontzettende nu te ontkomen, zijn er twee wegen. De eene Gods weg, en de andere de weg der menschen. Op dien laatsten, der menschen weg, vertelt men u, dat het deeg nu eenmaal is zooals het is, dat er aan dat deeg niet te veranderen valt, dat God dat deeg zoo krachteloos geschapen heeft, en dat er, om wat heerlykers te zien, daar niets aan te doen is, dan dat ge er iets anders in brengt, en het daardoor rijzen laat tot prachtig luchtig brood. Maar op den weg Gods zegt men Neen, maar zoek uw heil bij dat gezuurdeesemd brood niet. Want zie, dat gezuurde brood is maar in schijn zoo prachtig. Wacht slechts een tiental dagen, en ge zult zien dat de dood er uit en de schimmel er op komt, en het al zijn smaak en geur verliest. En daarom, wat u van noode is, o, mensch, is niet een opheffend middel in het oude deeg te steken, maar een andere levensbodem, en uit dien bodem een ander graan, en uit dat graan een ander tarwemeel, en zoo een ander, beter deeg, dat vanzelf rijst, dat vanzelf geheveld is, dat smaak en geur in zichzelf draagt, en nooit verkruimelt, en nooit verschimmelt, maar eeuwig versch en geurig blijven zal, ook al reist ge er mee naar de overzij van het graf. :

Om dat nu te leeren moest Israël eerst zijn zuurdeesem wegdoen; daarna lange dagen het ongezuurde brood der ellende eten om dan ;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 163

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's