Honig uit den rotssteen - pagina 127
123 gras
dan valt haar kelk neer op de aarde, en voorbij
verdort,
is
al
haar pracht.
Er blijft Het laat Het was
van over!
niets
niets na!
er ...
en
.
is
er niet
meer
En
dat geldt dan nu van al der ^.menschc^ goedertierenheid^^^ van uw levenskring! Bloemen zijn het op het levenspad, o, gewisselijk! schoone
al dat heusche, lieve, aantrekkelijke in
—
bloemen ook!
Maar
....
maar ....
veldbloemen waren, menschen'^ was
en
het ontzettende, indien het maar meer dan een „goedertierenheid des
dat
is
als het niets
dan knakt bij het sterven al dat schoon aan den verwelkt en is niet meer. Dan was het er; was er zeer wezenlijk; even wezenlijk als die bloem; ja, even wezenlijk als de trouw van uw hond, die op uw graf wil dood treuren; maar om even gewisselijk als die hondentrouw, straks spoorloos in het niet der niet meer zijnde dingen te verzinken. Zie, dat zegt, zóó spreekt de Heere! stengel,
wordt
.
.
.
.,
fletsch,
Maar
zoo spreekt de wereld, zoo spreekt gij zelf gemeenlijk 7iiet. vleesch is gras!" .... maar, zoo waant ge, ... vooreerst is aan u de beurt nog niet; de Zuidenwind zal de lïwen nog wel sparen; .... als gras maar de tijd des verdorrens is voor u nog ., niet aan het komen
„Alle
.
.
.
Zoo spreken de jongen .... en de ouden doen het nog evenzoo! Verdwaasden die we toch zijn Of waarvoor anders komt Gods Woord dan tot u, dan om lï; u persoonlijk om het niet aan een ander, maar aan uzelf aan uzelf zeer eigenlijk en aan uzelven zeer nadrukkelijk aan te zeggen: ^,Gij ;
zijt
vleesch,
^
en
dit
uw
vleesch, d.
i.
uw
geheele existentie,
is
bros
verwelkend gras. o. Let dan op uw paden bereid het huis uwer ziele, en zie toe hoe ge als de adem van 's Heeren Geest ook u zal aanraken, in het verdorren en verwelken zult neervallen voor eeuwigals
;
met of zonder God!
lijk,
En
de
Heilige
Geest
meent dat zoo ontzaglijk ernstig, dat hij u van al uw bekleedsel, en ontbloot van
eerst geheel naakt, en ontdaan al
uw sieraad, aan uw eigen Want wat hebt ge om bij
oogen ontdekt. dat verdorren op te steunen? lichaamskracht maar die ontvalt u in die ure. ., grootheid maar die gaat dan in den dood. geld en goed maar ., ., dat wordt een aas voor uw erven. eer bij menschen maar ., die zijn genoeg met hun eigen eer bezig, om als gij dood zijt, zich nog om uw eer te bekreunen. Neen, het eenige wat u dan nog blijven, nog baten, nog verzeilen kan het zou dan moeten zijn „ww ., goedertierenheid^''^ d. i, de vriendelijke eigenschappen van uw hart,
Uw .
.
.
Uw
.
Uw
.
Uw
.
.
.
.
.
.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's