Honig uit den rotssteen - pagina 95
91
uw
lippen misbruikt, aan hun bestemming onttrekt en ze ontge dat heerlijk spraakinstrument, waardoor de ziel hoorbaar en de genade grijpbaar wordt, óf stom laat zijn óf gebruikt voor al wat nietig en ijdel en onbeduidend en voorbijgaand is, zonder dat ooit over die lippen de stroom der bezieling komt, die weet te jubelen voor het aangezicht des Heeren of in de diepte der zielsklacht de hoogte uitmeet van zyn grondelooze ontferming?
ge
heiligt,
als
Moest er niet meer gezwegen, wat nu gesproken wordt? Is het vele ijdel gesnap, dat zoo veler menschelijk gezelschap wonderwel op een gonzende bijenkorf gelijken doet, niet eer verlagend dan verheffend ?
Maar
ook, moest er niet en koel gestremd blijft? Is ons Chri.^tenvolk niet van het altaar te rooven en onthouden, en zoo de vrucht
veel gesproken, dat
nu achter de lippen
laf
om alle offerande des lofs Christus de belijdenis van zijn naam te der lippen den Heilige te ontstelen? Grod oordeelt, maar juist daarom wil de Heere dat een iegelijk eerst zichzelven zal oordeelen. Mijn broeder, hebt ge dat ook reeds voor den moed van uw woord, voor de vrucht van uw eigen lippen gedaan?
En dan ik
loop
weet het, die zullen antwoorden
zijn er, ik
van
hard op weg
ijver over, zwitjgen deed ik nooit!";
:
„Ik zing
altijd,
maar ook dan nog
zou ik vragen willen Is er niet een vrucht ook der nog ongereinigde lippen ? Yloog u de seraf reeds met de vuurkool van het altaar toe, om u de lippen te ontzondigen? Of wilt ge korter nog: wat van uw lippen naar het altaar werd gedragen, was het door Gods Greest of door uw geest naar die lippen gedrongen? I. é. w. wat van uw lippen ook voor Grod geoogst werd, was het onkruid of vrucht? :
XLII.
ereenig mijn gart* Vereenig mijn hart tot de vreeze uws naams. Heere, mijn God, ik zal U met mijn gansche hart loven. Ps. 86 11, 12. :
Wie bidt: „o, God, vereenig mijn hart!" erkent daarmee dat zijn hart uüeenligt en gedeeld is; belijdt voor Grod, den Doorgronder van onzer ziele ingewand, dat zijn. hart, als bij manier van spreken, in stukken en deelen uiteenvalt; en schaamt zich de erkentenis niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's