Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 58

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 58

3 minuten leestijd

54 heeft deze keursteen niets gemeen. Niets gemeen ook met het keurgesteente in den zegelring of den diamant in het diadeern.

Niet op sieraad, maar op onze vrijspraak van den doem en den vloek des doods doelt Jezus' woord. Van den oordeelsdag is sprake. Yan de ure waarin hij de vierschaar zal spannen. Als wanneer alle geslachten der aarde voor hem zullen verschijnen. En de boeken der consciëntie zullen geopend worden. En een iegelijk zyn doodsdoem of

zyn gratie zal opvangen van Jezus' lippen. Over een doodvonnis nu stemde men oudtijds met kleine steentjes. Ze waren wit of zwart. Witte keursteenen om rn'ij te spreken en zwarte keursteenen om onherroepelijk den schuldige ten dood e te wijden. En waren er meerdere tegelijk over wie de rechtspraak ging, dan schreef men, al naar gelang men ten doode verrees of gratie verleende, den naam Y^n den nnngeklan^de o]> den zwarten of den witten steen. Nu staan ook Grods uitverkorenen, tot aan dien oordeelsdag, onder de aanklacht.

Ze

wel innerlijk verzegeld. Ze hebben wel gejubeld in geliefde heeft in hen wel de vrees uitgedreven. Maar .... en waarlijk dit is niet licht te achten voor het publiek van den hemel en van de hel en van de aarde, voor wat op en boven en onder de aarde is, zijn ze nog niet gerechtvaardigd. Integendeel, hun heil staat nog in het geloof; trad dus nog niet in het zichtbare-^ en eer heeft het er alles van, of de uitkomst hun roepen logenstraft en Grod hun zaak verwerpt. Zóó komen ze zólf om in hun eigen ongeloof; zoo keert alle macht zich tegen hen; zoo schijnt vaak ook de Heer e hen te verlaten o, Onze vaders kenden die worsteling wel, toen ze in hun belydenis zoo heerlijk uitriepen, van ^.^dien grooten oordeelsdag^ waarin de Zone Gods dan toch eindelijk hun zaak als de zijne zou bekennen en ze openlijk rechtvaardigen zou tegenover de tyrannen die ze hadden getyranniseerd .'" Daarom ziet een kind Gods wel terdege verlangend en zuchtend naar dien grooten dag uit! Naar dien dag, als er aan dat gedempte, benevelde, benarde leven voor immer een einde zal komen, en Grod Almachtig voor heel de schepping bekennen zal „Ja, waarlijk, deze afgedrevene, deze dolende ziel, deze verlorene was mijn kind f'' En, daarom leert dan ook de Schrift, dat de uitverkorenen evengoed als de verharden in dien dag der dagen voor den troon des eeuwigen Eechters zullen verschijnen, om alsdan voor aller oor en openlijk het lot te hooren uitroepen dat hen beidt. En dan, zoo heet het, zal deze rechtvaardige Rechter zitten op zijn troon, met voor zich de urne der zwarte en daarnaast de urne der witte keursteenen, en, naar gelang het ten doode of ten leven gaat, reikt hij dan die keursteenen uit. o,

nade.

zijn

De volmaakte

!

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 58

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's