Honig uit den rotssteen - pagina 212
208
Maar wie was
dat uitgieten over u van een geest des diepen Wie de bedwelmer ? Wie schonk u den slaapzong u aan het moêgeluisterd oor den zang, die u bij
slaaps, het instrument ?
drank in? Wie deed insluimeren? Lezer, Judas, een dienstknecht van Jezus Christus, liet ons een korten brief van één kapittel achter, maar in dat ééne kapittel beschrijft hij iets ontzettends. Hij meldt toch, hoe er reeds in de eerste gemeente van Jezus zoo schrikkelijke zonde was uitgebroken, dat er mannen van Sodoma onder de broederen omslepen, en dat de gemeente en hare opzieners zoo zwak stonden, dat zulke geestelijke uitvaagsels nog werden toegelaten aan de liefdemaaltijden, waar mannen en vrouwen te zamen aanzaten in den naam des Heeren. En wilt ge nu weten, hoe dat mogelijk was? Mogelijk, dat reeds in de eerste gemeente deze afschuwelijke verontreiniging van het vleesch, deze lastering der heerlykheden, deze verwerping van alle goddelijke heerschappij kon uitbreken, lees dan wat deze „dienstknecht van Jezus Christus" in vers 8 zegt. Ze zijn er toe gekomen, schrijft hij, „in slaap gebkacht zijnde"; wat blijkbaar niet anders zeggen wil noch kan, dan dit: ze zijn tot dit uiterste der boosheid toen eerst voortgegaan, toen ze eerst geheel bewusteloos in slaap gebracht waren door den Duivel. Menschen in slaap brengen; menschen bedwelmen; menschen bedat ze niets meer merken en van niets wusteloos doen neervallen en zy Grods en men alles met hen doen kan meer afweten Woord niet meer hooren ... ja, dat is wel wezenlijk het eigen werk ;
;
;
;
.
.
.
des Duivels.
Zoo doet de dief die u bestelen wil!
U uw
ontstelen
wil
uw
kleinood,
uw
heilpand,
uw
schat dien ge
van
Grod hebt!
ge nu, waarom de jongeren sliepen in Gethsémané? Jezus zoo telkens en telkens in gelijkenissen en spreuken hun dat „waakt, waakt!" in de ziel fluistert? En begrijpt ge nu ook niet, waarom die apostelen juist door Gethsémané, voor altijd wakker geworden, de gemeenten van Jezus zoo gedurig toeroepen, dat ze tegen dien slaap toch op haar hoede zouden wezen, of sliepen ze reeds half in, uit die sluimering toch ijlings weer mochten op waken? „Waakt op recht vaardiglij k en zondigt niet want sommigen hebben de kennis van God niet; ik zeg het u tot schaamte!"; „Ontwaakt, die slaapt, en staat op uit de dooden en laat Christus over u gij lichten!" „Wij weten de gelegenheid des tijds, dat het de ure is, dat wij uit den slaap opwaken!" „De nacht is voorbijgegaan en de dag is nabij gekomen; laat ons afleggen de werken der duisternis en aandoen de wapenen des lichts!" „Grij zijt allen kinderen des lichts Begrijpt
Waarom uw
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's