Honig uit den rotssteen - pagina 227
223 Mij toe of van Mij af. Langs het pad der heiligen naar boven, of over het bloed uwer ziele naar beneden Zelf zou Ik, als gij woudt stilstaan, u voortdrijven, dat ge voort moest, totdat ge vielt en !
wegzonkt!"
Hoor maar, wat de Heere door Jeremia, den ziener, ook aan zijn volk van deze dagen toeroept: „Bekeert u; en indien niet, dan zal Ik uwen weg maken als zeer gladde plaatsen in de donkerheid; en als ge dan huivert en geen voet vim angst verzetten durft, dan zal Ik u voortdrijven; ja zóó jagen en drijven, tot ge struikelt, uitglijdt, en valt." Dat klagen Gods over zijn volk is in dit hoofdstuk dan ook schriklyk „Zie," zegt de Heilige, „Ik had u als mijn kind gebaard en met kracht omgord en met mijn liefde als overgoten, en toch deedt ge mijnen Heiligen Greest smaadheid aan. En toen heb Ik den priester gezonden, om mijn Naam te belijden, en te bidden voor mijn volk en het te houden bij mijn wet, en zie, die priester zelf is afgeweken en huichelt tegen My in. En toen heb Ik den profeet gezonden, om én mijn volk én den ontrouwen priester wakker te schudden, maar zie, ook die profeet heeft tegen Mij gekozen en alles, wat uit menschen is, zweert tegen mijn heiligheid saam." En daarmee doelt Grod de Heere nog volstrekt niet het eerst en meest op afvallige priesters en profeten, die, zooals oudtijds de BethelLevieten en nu de modernen, zich inspireeren laten door een afgod, of een eigen gekozen idéé, en dan toch nog 's Heeren naam aanroepen. Och, dat is nog maar eenvoudig een ongerijmdheid, zegt Jehovah .
.
.
.
.
(vs.
.
.
.
.
.
.
.
13).
Maar wat
veel erger en veel snijdender het heilige Gods onteert den Heere der heerlijkheid vertoornt, is, wat de profeten van Juda^ dat zijn de rechtzinnigen, doen. Want die stellen zich vroom aan, en bidden lang, en zingen luidkeels zijn lof, en stellen zich aan, alsof ze zich bij zijn woord houden; en zie, achter dien vromen schijn schuilt de voortwoekerende ongerechtigheid. „Ik heb wel ongerijmdheid gezien in de profeten van Samaria, maar in de profeten van f'' Jeruzalem zie Ik af schuwelijkheid
en
En denk nu bij die profeten niet uitsluitend aan opzettelijk huichelende orthodoxe predikers. Want die ja, zullen het zwaarste oordeel dragen. Wee, wee den herderen! Maar onder de bedeeling des Xieuwen Verbonds is al Gods volk een priesterdom, en is de bede van den ziener verhoord: „Och, dat al het volk profeten waren!" Op een iegelijk van ons doelt dus dat woord des Heeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's