Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 232

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 232

2 minuten leestijd

228

Dat Woord nu komt ook in déze regelen weer op u aan. indien het nu gebeuren mag, dat dit heden of morgen een meer uitkomen van de vrucht des Geestes in u ten gevolge heeft, dan heeft dit stukje het niet gedaan, en dan hebt gij dit niet gedaan, maar dan deed dit het Woord, dienende als middel in Grods hand, om de werking en doordringing en persing van den Heiligen Greest in u te bevorderen. Want let wel, het is in oorsprong en blijft in wezen: de vrucht

En

des Geestes.

Heiligen Greest. En dus niet van u, of van eenig mensch. Heiligen Greest in ons te dragen; te weten dat onze lichamen tempelen van dien Heiligen Greest zijn, en als we zoo eens alleen zijn, of eenzaam rondloopen, of aan onzen arbeid zitten, te mogen en te kunnen denken: Nu werkt daar van binnen in mij, arme zondaar, de Heilige Geest^ die te zamen met den Vader en den Zoon een eeuwig en waarachtig God is, o, dat is zoo iets ontzettend groots. Iets zóó groots, dat er mee te spelen, al te schrikkel^ke onheiligheid ware. En daarom, gelijk de olie door het linnen heendringt, zoo perst ook de zalving des Heiligen Greestes door de voegen uwer ziel heen. Bij wie weer versch overgoten is, met dubbele drijfkracht! En het einde moet en zal; ja moet en zal ook bij u zijn, dat de vrucht van dien Greest er komt; en dat gij in dat vrucht dragen zalig zijt; en dat in uw innerlyken vrede, zoowel als in de vrucht die naar buiten komt, Hij groot wordt gemaakt, die alleen groot zijn mag, en bij wien alle schepsel minder dan niets is geacht. Onze adem in onze neusgaten.

Van den

Maar

dien

XCIY.

De Heere deed mij zien en ziet er waren twee vijgenkorven in den eenen korf waren zeer goede vijgen, maar in den anderen korf waren ^eer booze vijgen, die vanwege hunne boosheid niet konden gegeten worden. 42. Jeremia 24 ;

:

Zijn er twee of zijn er drie soorten van menschen? De Heere onze Grod toont aan Jeremia maar twee korven. Zóó dat hetgeen in den éénen ligt „zeer goed," en wat in den anderen ligt „zeer boos"

is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 232

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's