Honig uit den rotssteen - pagina 168
164
Maar duizelt u dat dan niet? Is dat niet de ongerijmdheid zelve? Weerspreekt dat niet al iiw peinzen en zinnen? Grij opgewekt eeuwen lang eer ge geboren waart. Eer nog uw ouders geboren waren. Toen, daar in Jozefs bof uit die nieuwe grafspelonk waarin nog nooit iemand gelegd was, gij mede opgewekt-, en toen ook aan u geschied de groote machtige genadedaad, waar alle engelen en serafs Gods glorie over uitjubelen! Grewisselijk, een wonder, een ondoorgrondelijkheid, een onnao, speurlyk raadsel van Grods almogendheid is het. Maar mag ik u een vraag doen? Gelooft ge aan den Zondvloed? Gelooft ge wezenlijk, dat in dien vloed alle vleesch den geest gaf? Dus b. v. ook alle lammeren? Zoo, dat er na het weer wegvloeien van de wateren geen andere lammeren op deze aarde graasden, dan die met Noach uit de arke
kwamen ? Welnu, verder
meren
indien
ge
dat
mogen:
vragen
niet tevens alle
gelooft, laat me u dan nu dan in de redding van die Noachs lam-
nu werkelijk
zijn
lammeren gered,
die sedert dien tijd op aarde
leefden en er nog zijn?
waar, dat, indien die lammeren niet behouden den dood des vloeds, met deze dieren tevens het geheele geslacht der lammeren teniet zou zijn gegaan? Waren niet in die enkele lammeren alle besloten, en naar kiem en wortel aanwezig, die daarna in het leven zijn uitgekomen? En is het dan niet heel anders als beeldspraak, is het niet de klare heldere werkelijkheid, zoo nuchter ge het u slechts denken kunt, indien ik zeg: dat de lammeren die nu leven mede behouden zijn in Noachs arke in de lammeren van toen? Maar wat behoef ik van lammeren te spreken? Geldt van Noachs eigen zonen hetzelfde niet? En is het dan beeldspraak of werkelijkheid, wanneer ik cok van de menschen in de arke zeg, dat zonder hun behoudenis heel het menschelijk geslacht zou zijn omgekomen, en dat dus al wat mensch heet met Noach, wat dit natuurlijk leven aangaat, mede gered en mede opgeheven en m^de behouden is in de arke Gods? Is
het
dan
niet
waren geworden
En
uit
ge dat dan nu. van de arke, in toepassing op het leven inziet, toestemt en gevoelt, zou diezelfde klare, heldere waarheid dan minder doorgaan bij Jezus; bij de redding uit dien anderen vloed, bij die behoudenis uit de diepte van dood en verderf? Zie, die arke der behoudenis was toch slechts beeld en aanduiding van de schuilplaats der verkoren zielen in hun Heiland, niet waar? Dat zeggen niet de allegoristen, maar dat zegt de Heilige Schrift .
indien
vleeschelijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's