Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 211

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 211

3 minuten leestijd

207

Kn dan leeft de ziel weer op. „Dus nog niet dood De zonde tegen den Heiligen Greest nog niet bedreven! Nog een ontfermen, nog een vergeven, ook voor my daar boven! De dood nog niet! Nog slechts de slaap, o, Laat my dan ontwaken, ik die weer insliep, en opstaan van onder die wezenloozen en aan dooden gelijken Ontwaken, wakker worden, opstaan.... en dan, gij, o, Christus, weer als vanouds, weer en lichten oyer mijn ziel!" als in de ure der teederste liefde, schijnen En ja, die troost is voor het schuldig kind van Grod heerlijk! Wie zal ze tellen, de zielen, die, bijna uitgegleden, nog juist te goeder ure door dat „dood nog niet; 7iog slechts ingeslapen T^ aan het verderf en den greep van den Duivel ontrukt zijn? Maar, maar. .is daarmee nu alles gezegd? Of .. ligt er niet ook, ja schier meer nog, in dat telkens wijzen der Schrift op het inslapen van onze ziel, een doordringende roepstem tot ernst? Zie, als Grods kind in de dorheid van zijn hart met wezenlijke wanhoop duchten gaat dat het reeds een glijden naar de hel met hem is, dan slaapt zulk een kind van Grod eigenlijk reeds niet tneer dan werd hij reeds wakker; dan was er reeds een ontwaken; dan ving het zielsoog reeds weer een straal van het licht des eeuwigen !

!

w

.

morgens Slapen

.

op.

doet

Grods

kind

eigenlijk alleen zóó lang, als hij

van dat

afglijden op het vlak dat naar de hel helt, niets merkt.

Hij kan daarom in dien slaap der ziel noff wel bidden. Nog wel droomen van Grods raad en heilsbesluiten. Hardop redeneeren zelfs

over diepe mysteriën. Maar het is als een verbeeldingswerk geworden. Er is geen realiteit meer in. Zijn gebed bidt niet meer. Grods raad boeit hem niet meer. Die mysteriën zijn niet langer goddelijk schoon. Ze zijn werkeloos. Ze troosten niet langer zijn naar troost niet meer roepende ziel. En zoo slapen ze soms by hoopen, de arme kinderen van God Soms bijna heel een gemeente! En dan is het het ergst. Want dan is er niemand om te waarschuwen, en om te roepen: „De Filistijnen over u, o Simson!" Niemand .. dan ja die Eéne! Wiens oog nimmer sluimert De Herder Israëls o, kind van Grod uw Vader! .

Yanwaar komt

.

!

!

.

.

die ijslijke slaap?

Hy

overkomt u, dat ontkent immers niemand, onder het ondoorgrondelijk bestel van Hem, die u ten leven riep. Zonder zyn wil zal niemand een haar van uw hoofd krenken hoe dan een doodelijken o,

;

over uwe ziel uitgieten? En Grod is rechtvaardig; steeds ontfermende; en indien het tot zulk een slaap bij u komen moest, dan was er stellig oorzaak; oorzaak in u; waarom het licht u voor een tijd onttrokken moest worden; dat ge de heerlijkheid van het „wakker zijn" al te zeer hadt verbeurd. slaap

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 211

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's