Honig uit den rotssteen - pagina 53
49
komen en ge
uit
de
aarde
spreken
zult, ja dat
uw
sprake uit het
stof zal piepen!"
Dat
weet het, kan, nagedaan; en dan
ik
alles,
schijnheiliglij k
om is
interessant te zijn, nagebootst, het Godonteerend en ellendig;
derwijs ellendig dat er rauwelings den spot meê te drijven nog haast minder tergend is dan het door leugen te doen. Maar het kan ook echt werk z^n. Een stuk van de aanbiddinge in geest en waarheid. Door Grod en niet door menschen gekend. En dan, o, dan sluipt er in dit zuchten van het verloste schepsel, in dit roepen uit het stof door Grods begenadigde kinderen, iets zoo boven alle waardeering heiligs, dat het wel van boven moet komen, en er
dus voetstappen van Een die vrede brengt in ruischen. Mijn broeder, als het tot dat „stil gebed" maar in veel opperkamers en in veel stulpen en in veel rotsspleten van den Horeb komen mag, hef dan het hoofd weer op en roep uit dat de redding komende is want dan zie bot aan den vijgeboom de teedere
—
knop weer
.
.
.
uit.
XXIII.
i^aar een öi^teï een mirteöaam. Voor een
distel zal
een mirteboom opgaan. Jesaia 55
Natuurlijk
denkt
ge
by
het
van het:
:
13.
nogmaals genieten van dat prachtig
„o. Alle gij dorstigen, komt tot de wateren!" uitloopt, allereerst aan de voortreffelijkheid, aan de uitnemendheid, aan de heerlijkheid van den mirt. Aan dien pronk der plantingen Gods, met zijn altyd groenend blad, met zijn weelderigen bloesem, met zijne fijne, zachte geuren, en bovenal met de dubbele eêle vrucht, die hij voortbrengt, de olie en den wyn! En in waarheid, geen schitterender beeld van wat Grods uitverkorenen daarboven eens zijn zullen, is denkbaar. Altijd groen en frisch; nooit dor noch verwelkend; één gebed en één lofzang uitademend, uitstralend voor den Grod onzer aanbiddinge; en onder dat uitademen eindeloos in dubbele vruchten rijk: in gewijd, glanzend, geestelijk inzicht, d. i. in kennisse des Heeren, afgebeeld door de vettigheid van de olie, en niet minder in jubelende, juichende, volzalige blijdschap, u verzinnelykt in het beeld van den wyn. En dan te mogen, te durven, ja te moeten gelooven, dat daarin de van onze eigen toekomst, van de toekomst onzer liefste profetie broederen ligt, van een toekomst die we, als in één onafzienbare slot,
waarop de
profetie
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's