Honig uit den rotssteen - pagina 194
190
Waar
dit aan hangt? In den diepsten grond alleen aan Grods naam en aan diens naams eere. Bedenk toch wel, Grod de Heere lieeft niet alleen met den zondaar, maar ook met den Duivel te rekenen. Dat toont het boek van Job u wel. Waarom gaan al de baren en golven des Almachtigen straks over het moegestreden hoofd van den vromen Job henen? Toch niet om zijn exceptioneele zonde. Ook niet om hem door lijden te heiligen. Noch zelfs eigenlijk om zijn geloof te beproeven. Maar alleen omdat de Duivel Grod uittartte over „zijn knecht Job," en met een lach der hel om de lippen Jehovah belasterde, „dat het werk Gods in Jobs hart geen echt werk was en dat 't maar om voordeel en rijk leven ging." En toen moest Job er onder. Niet omdat Grod zelf aan Job twijfelde. Neen, maar juist omdat God niet aan Job twyfelde, en Hij nu, tot eere zijns naams eens aan den Duivel toonen wilde, hoe wezenlijk echt dat geloofswerk in Job was en waar een kind Gods zonder ooit te vervallen, wel tegen kon. En waar de Duivel nu alzoo doende was, om God over ziijn volk en over zijn uitverkorenen te sarren, waar dezen goed liepen, gelijk zoudt ge dan heusch immers Job van ergerlijke zonde vrij was, meenen, dat de Satan er geen notitie van zou nemen, als Gods kinderen wel terdege te berispen zijn? Maar wat denkt ge dan, o, kind der opstanding, denkt ge dan wezenlijk dat er ooit één enkel zondaar kind van God kan worden, zonder dat hij op 't zelfde oogenblik een doorn in het oog van Satan wordt? Denkt ge dan waarlijk dat Satan niet op Gods kinderenacht slaat, om ze te bespieden, of ze ook uitglijden? En als ge uitglijdt, zoudt ge dan denken dat Satan zich niet verkneukte van blydschap en uw God 7tiet in zijn aangezicht uitlachte, dat die lieve vrome uitverkorenen dan toch zoo ellendige zondaars bleken te zijn? Satan scheldt ze voor Gods ooren als huichelaars uit! En hoe is nu de positie van God den Heere tegenover dien Satan, als Satan Gods kinderen alzoo met den vinger nawijst? Is het niet. de positie van een beschaamden vader? Yan een vader, die erkennen moet dat het zoo is? Die er voor het oogenblik niets tegen in kan brengen? En o, zoo diep voelt, dat in Satans oog de schande van die ergerlijkheid volstrekt niet op die zondaren neerkomt, maar wel terdege op dien God, die zulke zondaren zijn kinderen had
—
genoemd? o. Beschouw
uit dat
oogpunt de zonden van
uw
leven eens, en zeg
van de onuitputtelijke mogendheid die er zitten moet in dat goddelijke dulden, dat ondanks Satans duivelsch lachen, u toch nog met die onbeschrijflijke lankmoedigheid droeg; en in plaats van u terstond om te werpen, u nauwelijks iets merken laat van de smart die gij uwen God aandeedt, en met vaderlijk mededoogen, wetende wat maaksel ge zijt, u vermij, krijgt ge
dan
niet een geheel ander gevoel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's