Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 118

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 118

3 minuten leestijd

114 ze is er niet, zoo ge op die dieper gaande bidders let, die den smaak van hun eigen hart aldoor bitterder voelen worden. En zeker, nu zijn er eenzame kluizenaars zonder herder, voor wie God een bijzondere

leiding

kent,

als ze verloren zijn

heeft,

of

gebannen

zijn

onder een bevolking, die Grod niet

in verre streken,

maar

regel, vaste regel in

schikkingen is het, dat dit zijn volk wel terdege zal geweid worden, dat de herders het aangrijpen, niet sparen, maar in dat worstelen helpen zullen; en het is onbarmhartig, het is roekeloos en plichtverzakend, indien deze hulpe aan Grods kinderen hun van hun herderen of als die herders ontbreken, hun van hun broederen niet komt. Want die knoopen der goddeloosheid mogen niet blijven, en nu kon Grod de Heere ze wel doorsnijden, maar dat wil Hij niet. Hy wil dat gij, gij zelf, ze zult losmaken; losmaken niet om er zelf van af te komen, maar Hem niet meer te beleedigen; om den Heiligen uit liefde voor uw Heer. Greest niet meer te bedroeven En als ge daar nu aan toe zijt, en ge kromt daar de vingers toe en spant uw ziel daartoe in, dat het toch niet ging en ge het dus maar woudt opgeven, ja, waarlyk, myn broeder, mijn zuster, o, dan helpt het zoo heerlyk, als er dan in zulk een oogenblik eens een woord van aangrijpend vermaan als een pijl ons door de lever schiet als de kastijding als de bestraffing ons dan beven doet in ons zelven van een liefhebbend broeder ons dan ter aarde werpt en klein voor Grod maakt; als een man Gods die het mes er in weet te zetten, ons dan eens recht diep in het vleesch onzer ziele wondt; ja, bij God, dan zyn die woorden als zoo vele rukken om dien knoop der goddeloosheid van een te halen, en Hij, de God der heiligheden, weet het, in wat donkerheden van het hart door zulk een broedermoed en broedertrouw het licht reeds als een dageraad opging! En dan schreit het hart wel: Grods

;

;

„Heer, miju God, ik ben aan

't

dwalen,

wederhalen hangt al aan uw goedheid. Heer! Want mijn hart heeft mij verlaten, boven maten ai, trek mij, dat ik wederkeer! 't

!

„Opdat ik voor eeuwig zingen mag, het dwingen van Jehovahs rechterhand. die mijn dwalend hart gevonden en gebonden heeft met on verbreek bren band.

„Dat mijn Zon, mijn Schild, mijn Sterkte, mij bewerkte. die in een oogenblik al het duistre doet verdwijnen, kom verschijnen, Jezus, kom toch haastiglijk !" *) Gij,

*) Eenzame zielszucht. Wijze Psalm 61, in yj)e verloren zondaar 6de druk. Amsterdam, G. de Groot 1717.

fjezocht en

gezaligd

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 118

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's