Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 77

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 77

3 minuten leestijd

73

xxxiy. ïjDC i§ Ijct

gouü

licrti0nlieriï!

Hoe is het goud verdonkerd De kostelijke kinderen Zions, tegen fijn goud geschat, hoe zijn zij nu gelijk gerekend aan de aarden !

Klaagl. 4

flesschen!

:

1.

„Hoe is het goud verdonkerd!" klaagde de klager in Israël toen Jeruzalems glorie inzonk, en de pracht van den tempel was afgeroofd, en de kinderen van het volk des Heeren hard gedrukt en geplaagd werden, door een volk „vreemd van sprake." Eens had het geschitterd, eens had het geblonken in Jeruzalem, toen de dichter in de tempelzalen vol heilig enthousiasme uitriep „Hoe blinkt het alles van vertooning, van pracht en sieraad in uw woning, o. Heer, mijn Koning en mijn God!" Toen- brachten de knechten van Moorenland het goud van Ophir en togen de vorstinnen van Seba op om al de heerlijkheid van Zion aan te staren en zich te verzadigen in zyn pracht. En nu van dien tempel niets meer over dan hier en ginds een naakte kale wand, het cederhout er afgekoold, het overdekkende goud .

.

.

afgetrokken, de kostelijke steenen Hirams er uitgebroken, het al één hoop van puin Toen weende de ziener en klaagde met een klacht die u nog o, door merg en been boort: „Met waterbeken loopt mijn oog neder, myn oog vliet en kan niet ophouden, omdat er geen ruste is, mijn oog doet mijn ziel moeite aan vanwege de breuke der dochter Zions." En zou met even diezelfde klacht het volk des Heeren ook niet er

nu weer klagen?

Want eens, ja, heeft ook in dit ons goede land het goud weer op de tempelmuren ^;eblonken, en er zijn dagen op deze erve doorleefd, dat er ook hier weer schittering was en glorie, en dat het werk des Heeren aan zijn knechten bleek, en zijn kerk triumfeerde, en de wederpartij der zelf verbaasd stond over den glans en de majesteit, waarmee ons Grod de Heere had overtogen. Toen blonk het goud! Maar och, hoe is ook nu weer „het goud verdonkerd,'''' en het gloren van de goudvonken omhoog uitgegaan, en het beschimpte en vertreden Zion, hoe ligt het machteloos in zijn breuke neder! En toch, zoo moet het zijn Sub cruce^ onder het kruis, blijft voor Jezus' volk de levenswet, zoolang het toeft op die aarde, die zijn kruis en hem aan dat kruis droeg. Had hij hier geen gedaante of heerlijkheid was er, als we hem en kon aanzagen, niets waardoor we hem zouden begeerd hebben ;

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 77

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's