Honig uit den rotssteen - pagina 225
221
nu spreekt de lïeere u in zijn zegen toe. Gij leven wilt uit geloof. maar zult leven, indien ge inspanning; Dat leven komt dus niet door uw moeite; niet uit uw dat uzelven zoover Yoor integendeel. Eer doet. ge wat niet door moêmaken afleidt van het geloof, houdt het u eer ver van het leven. En dat leven komt óók niet, door wat anderen u aanbrengen; ot schitteren. Dat kan wel u aanpraten; of voor uw verbeelding doen spiegel, waar waterspiegel in de woestijn tooveren. Maar een
En
dat
heerlijke
een
gaat. water onder is. Waar ge nog schrikkelijker bij dorsten geen ziel bij leeft. ,, gij ziet het Keen, dat leven komt door niets dan geloof. D. w. z. mag worden toevertrouwd niet. u het kan niet. Getoond worden wien God het gegeven het niet. Het moet blijven bij Hem, aan Hem moet gij het willen mheeft, d. i. bij Christus Jezus, en uit ademtocht, atoom voor drinken, druppel voor druppel, ademtocht voor
geen
Wfar
.
U
atoom van heilige, sterkende, bezielende kracht. zich Er hangt een sluier voor die Fontein! In diep mysterie trekt wee u, indien ge de hand uitdie Sprinkader des levens terug! En want dan is het op hetsteekt, om dien sluier te willen wegnemen, meer ö^e/oo/' moet het blijven. zelfde oogenblik weg; dan vindt ge we^s hart alleen, Geloof niet van uw hersenen alleen noch van uw geloof van maar geloof van hart en hoofd, van gevoel en wil beide al wat in u is, omdat al wat van geloof persoonlijkheid; uw heel !
;
u is even ellendig, naakt, berooid, ontbloot en machteloos slang gebeten !'\ Ja gelooven is niets dan te voelen „Ik ben van de in al mijn bloed!", nu zit slang die van gif „Het en te erkennen: en en verloren! en dus te belijden: „Nu ben ik ganschelijk weg bloed, met dat diepe uw in dood den met verlorenheid, die uit dus te zien naar die zuigen van het volstrekt levensgemis, alsnu op Vraag met „koperen slang," en te gelooven: „Dat is mijn leven!" van mij boven, naar op zie Ik manier! wat op niet hoe en vraag gif met ganschelijk af; ik denk aan de beet; ik denk aan het is.
in
:
,
zelven
denk aan Hem, in geloove, en o. God hoe zalig, ja, daar is het daar tintelt, daar stroomt het leven, o. Mijn God, hoe eeuwig leven. Het mogelijk! Met dat ik geloof, is het leven er. Het leven van Jezus zelf.
meer;
ik
ritselt,
dood kan Zooals ik door op een ader straf te drukken mijn vinger maken, ik dan ook mijn ziel wel weer tijdelijk dood het waarlangs drukken, laat geloofsader de op doordien ik Satan wat zou ik daarom leven mij uit Jezus' hartebloed toestroomde, maar
maken, zoo kan
anftstig zijn!
ader blijft toch, en Jezus het leven naar mij toe.
De
.
blijft toch,
en in
^ Hem
.
^
de drang van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's