Honig uit den rotssteen - pagina 33
29
eeuw
uit elkaar verdringende slagorde van de heirscliaren des levenden Gods, opeens het oog ons weer doet opflikkeren, den moed weer herleven, den polsslag des geloofs weer frisch en krachtig in het bloed onzer zielen trillen doet! Zie, als een verlaten eenling trad de martelaar in oude dagen het worstelperk binnen, waar men nog door het brullen van den leeuw die hem verscheuren zou, den aanblik dier duizenden spottende en lachende en gillende en tierende toeschouwers hem het hart ineen deed krimpen. Maar weet ge wat de Heere dan deed? Dan stopte de Heere het oor van zijn martelaar voor dat gekrijsch dicht en trok voor die wilde, opgestuwde menschenmassa een gordijn, dat hij ze niet zag, en deed dan boven dat gordijn voor het geloofsoog een wolke van glorieuse getuigen opkomen van martelaren en profeten en mannen Grods uit alle eeuwen, een zeer groote menigte, en deed dan achter die wolke nog als een melkweg van engelen Grods opdoemen, uit een hemelsche veste hem toeschallend met hun jubelenden prachtigen zang! En waarom zou het ook u zoo niet zyn by uw worsteling, o volgeling van den Nazarener, om vast te houden aan uw dierbaar, uw heilig, uw allerchristelijkst geloof? Zoolang ge op die grooten der aarde en die wijzen der weteno, schap en die joelende menigte om u heen ziet, dan zijt ge weg, dan zijt ge verloren. Maar sluit voor dat smartelijk tooneel het oog en zie dan voor het geestesoog die wolke der getuigen opkomen, van die „op aarde verdrukten en ongetroosten en door een onweder voortgedrevenen," die u toewenken en toeroepen: „Wij hebben evenals gy gestreden en nu reeds siert ons de kroon!"; die u toewuiven en u met hun heiligen glans betooveren willen, zeggende: „Bezwykt niet, laat niet af, geeft Satan niet gewonnen, want uw val zou onze smaad zijn, aan uw strijd hangt ook onze eer!" en die, waar ge door het dier reeds ter aarde geworpen, in uw stuiptrekking het nog opgeven woudt, u door hun onweêrstaanbaren ernst het nog influisteren „Meer dan overwinnaars door Hem!" Paulus schrijft aan Timotheus dat hij toch het oog slaan zou op Gods „uitverkoren engelen" (1 Tim. 5 21), als die steeds meêworstelen in het worstelen van de kinderen Gods op aarde. Maar toch veel machtiger steun dan engelen-bemoeiing ons ooit geven kan, ligt er in die wolke van getuigen uit de martelaren van de kinderen der menschen, die, als wij in den oven geworpen, in den kuil afgelaten, in den stroom ondergehouden zijn, en met hetzelfde zondig hart, door hetzelfde vleesch aangevochten, als wij zouden zijn omgekomen, indien de kruisverdienste van den oversten Leidsman ze :
niet
had gered.
En
daarom, duizend echo's
zoo
dikwijls
om
u,
uit
het woord des ongeloofs tegen u, door heel de wereld herhaald wordt, en het u
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's