Honig uit den rotssteen - pagina 123
119
dan dat ge die knoopen der goddeloosheid losmaaktet en weer ruim baan maaktet voor uw Grod in hart en hoofd en huis?
keuren,
Grods volk
is
veel te lang gespaard en ontzien.
Omdat de wereld valschelijk uit hun ongerechtigheden wou dat hun waarheid dus ook niet de waarheid was, hebben ze eengekrompen
afleiden,
zich in-
een „maaksel des wrevels" in hun hart ontstaan en heeft men onder elkander den broederdienst en den broederplicht vergeten, om bij dagen en bij nachten Israël zijn zonde aan te zeggen en Juda te roepen tot bekeering! De valsche stelhng, „dat wie de waarheid niet beleeft, de waarheid ook niet heeft," is te kwader ure door onszelven ongemerkt overgenomen, en wijl we nu wisten de waarheid te hebben, zijn we ons gaan inbeelden, dat dus ook die waarheid door ons beleefd werd. Een o, zoo bedriegelijke, zoo door en door onware, zoo ongerechtige gevolgtrekking Alsof de waarheid dan niet van God was, en dus van buiten tot ons kwam; en ons dus niet werd aangedragen als iets dat eerst van lieverlee vleesch en been onzer zielen kon worden? In trouwe, broeders, zoo valsche gevoelens bederven ons en maken dat het volk omkomt, en vermaan en bestraffing en dies ook boete en bekeering uitblijft, en alzóó een der wezenlijke levensstukken van het G-ereformeerde wezen juist bij de Gereformeerden van belijdenis
wordt gemist. Maar werp
;
er
is
die valsche stelling op
zij, en toon dat ge geen oogendat wat dit volk belijdt de waarheid is de waarheid die uit God is; de eenige waarheid; de waarheid, waar ook gij bij leven en sterven wilt; en o, ge zult het eens zien, hoe dan het hart in datzelfde volk met iiw hart zal ineensmelten. En als ge dan komt, om hun hun zonde aan te zeggen en ze hard zelfs te slaan, en met de tucht des Heeren onverbiddelijk aan te grijpen, en ze af te breken in henzelven tot er niets geheels blijft; eii ze voor de bekeering van hart en leven weer als voor een stellen muur worden gedrongen, dan, daar staan we u borg voor, neen, dan zal datzelfde volk u niet den nek toekeeren, maar nog de hand kussen, waarmee ge hen slaan komt! Want weet wel: dat ge hen aanrandt, o, dat kunnen ze zeer wel velen. Een hard, zelfs een zeer hard woord weten ze noodig te hebben. Mits ge maar één ding doet, t. w. dat ge afblijft van hun
blik
aarzelt
te
erkennen,
—
—
heilige
belijdenis,
van hun God.
wijl
die
niet
him waarheid
is,
maar de waarheid
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's