Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 215

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 215

3 minuten leestijd

211 zoeken met tranen van een plaatse des berouws" kan zijn, zonder dat de gefolterde ziel die plaatse ooit vindt! Maar een aldoor, een gestadig, een in toenemende mate, wezenlyk dorsten naar schuldvergifFenis en roepen om ontferming, zie, dat vindt ge niet bij de kinderen der wereld, maar dat vindt ge nu juist by ben, die ge wanen zoudt dat daarboven verre verbeven waren: dat vindt ge alleen bij de kinderen van God. En bij die kinderen van Grod niet slecbts in het oogenblik van, of kort na hun bekeering, maar tot op hun dood toe. Ze waren „wederhoorigen", en omdat ze in weerwil van zich zelf met de koorden der eeuwige ontfermingen gebonden zijn tot aan de hoornen van het altaar, daarom blijft het voor hun zielsbesef vast en zeker, dat ze opeens weer van dat altaar zouden wegvluchten, indien de Hoogepriester hunner belijdenis ook maar even weer die koorden lossneed. Ze zijn daarom volstrekt niet meer wat ze vroeger waren. Integendeel. Ze zijn andere menschen geworden. Want vroeger zouden ze het schriklijk hebben gevonden, indien ze gemerkt hadden, dat Jezus hun wederhoorige ziel gevangen wou nemen. En nu daarentegen zouden ze het schriklijk vinden, indien ze duchten moesten, dat Jezus hun wederhoorige ziel los zou laten. Maar met dat al blijven ze „wederhoorigen", die niet dan door een macht sterker dan de hunne bij Jezus gehouden worden. Het is wel zoo, die sterkere macht waarmee Jezus ze omsnoerd houdt, is geen uitwendige band, als waarmee de Leviet var en ram dwong den kop te buigen bij het altaar, o. Neen. Jezus legt zijn banden inwendig. Ge ziet er niets van. Het is een zielswerk. Hy grijpt u; en ge ziet niet hoe. Hy houdt u vast; en ge merkt niet waarmee. Zoover brengt Jezus het zelfs, dat hij die „sterkere macht" tot in uw wil in weet te brengen; en maakt dat uw wil ten slotte neigt, naar wat die wil eerst niet aan wou Maar hoe ook tot inwendige o verbuiging gebracht, toch blijft het kind van Grod hier op aarde tot aan zijn dood toe steeds gevoelen, dat er aan zijn ziel getrokken wordt; dat er op zijn ziel een macht wordt uitgeoefend en dat, hield die macht op te werken, hij als een duig van het vat weer uit den band zou springen, en als een elastiek koord, even losgelaten, weer terugtrekken zou ver van Jezus af. Feitelijk gaat het dus beter met hem, maar innerlijk voelt hij al dieper werkingen tegen het trekken van Jezus inwerken. Hij wil wel meê als Jezus den band aanhaalt. Maar zelfs onder dat meê willen zuigt en trekt het hout aan de deurposten en de vensteren ;

van

ziijn

ontbloot.

klaarder einde is,

scheef. De diepten van zijn hart worden de poel te zijn die daar opborrelt. Bij al licht komt al onreiner bezoedeling te aanschouwen. En het dat het kind van Grod voor zyn zelfbewustheid verzinkt in ziel

nog aldoor

Schriklijk

blijkt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 215

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's