Honig uit den rotssteen - pagina 122
118
En dan bad dat volk, en liep zijn Grod als een stroom aan: „Och, Heere, help ons!" Maar dan hielp de Heere niet'^ sloeg veeleer nog harder; en toornde in nog brandender ijver; zoodat ge wanen zoudt, dat nu althans dat volk zijn hart toch scheuren en voor den Heilige vallen zou. Maar neen, zoo ontzettend ver kan men leven buiten hetgeen op zijn lippen leeft, dat datzelfde volk van God dan nog den arren moed had, om liever Grod dan zichzelf aan te klagen, en spreken dorst van „een arm des Heeren die verkort was," om toch maar, buiten zijn zonden om, een verklaring voor het raadsel te vinden, dat zy wel baden, maar God niet hooren wou of wil men, dat zij wel kirden als duiven om heil en uitredding, maar dat God hen liggen liet in ;
hun
ellende.
En
tegen die diepgaande, schandelyke bezondiging aan Gods heilige is het nu, dat de Heilige Geest ingaat en toornt, als Hij aldus dat trouwelooze en ongerechtige volk toespreekt „Neen, de arm des Heeren is niet verkort, maar uw ongerechtigheden maken !" scheiding tusschen ulieden en tusschen uw God majesteit, daar tegen
:
En
nu, past dit ook op ons niet?
Slaat dat niet ook op het volk
des Heeren in onze
Of
dagen? ook nu nog
Ja, verbaast het u achter de waarheid te komen en toch steeds verder afdoolde, deze verscholen groep in den lande, die waarheid nog zoo rijk en volop, zij het ook bestoven en bezoedeld, bleek te bezitten? Moet niet een iegelijk schriftgeleerde, om weer vastigheid onder den voet te krijgen, weer naar hen terug? Overkomt u niet, als ge weer aangrijpt wat zy belijden, o, zoo wonderbaar een gevoel van verademing; van nu dat zeezieke gevoel uit uw leêge hersenen te voelen wijken; en weer te weten waar ge is
niet
niet vaak, hoe terwijl
bij
hèn de waarheid?
alles sloofde
en slaafde
om
zijt; waar uw weg loopt; en waar het heengaat? Staat ook niet nu nog dat volk des Heeren, hoe ook bespot en aangefloten, te midden der wereld, als dragers van het zuiverst licht? En toch, en toch .... worstelen die dragers der waarheid en
aan toe
en gaat de worsteling van Jehovah bidden ze dan niet en roepen ze dan niet?.... En blijft desniettemin toch het einde niet, dat de Heere voortgaat met u tegen te komen? soms maar met een klein oogenblik, tusschen de benauwing in, dat u weer eens genade geschiedt uit
woelen
tegen
ze
niet
vruchteloos,
hen
niet
al
door?
En
den hooge?
En nu vraag ik toch, waaraan anders dan aan onze ongerechtigheden kan dat ook bij ons liggen? Wat anders dan het afblijven van die waarheid met hart en leven, zou daar oorzaak van zijn? En wat anders zou dien arm des Heeren weer in heil naar u toe kunnen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's