Honig uit den rotssteen - pagina 137
133
En wat moet dan
dit
nu?
nu wezenlijk
niets dan een willoos her- en derwaarts u inkrimpen en dan weer u uitbreiden, een nu glanzen en dan weer verdonkeren, zooals de wolken het aan den hemel doen? Speelt Grod dan ook met u in uw ommegangen, zooals Hij er lust aan heeft te spelen met de wolken in zijn luchtruim?
Is
dat
slingeren, een
Spelen ? Maar wat beeldt ge u dan in ? Wat maakt ge u zelven dan diets? Wat waant ge dan? Dat dat drijven in die wolken wezenlijk maar een spel zou zijn? Dat inderdaad dat drijven en jagen daar onder het maanlicht maar gaat naar het gevalt, en plan noch doel heeft? Dat daar yeen orde in dat keeren, gee^i vaste raad in die ommegangen, geen bestier in dat drijven en zwenken was? Maar, hoor dan, bid ik u, wat Elihu en door zijn mond de Greest u zegt. Zij, die wolken daar aan den hemel, zelfs in haar grilligst spel, ze keeren zich in haar ommegangen nooit dan „naar zijn wijzen .
.
.
.
raady „Gy weet
niet,
roept deze ziener, wanneer
God over
dezelve orde
toch.
wolk laat schijnen (vs. 15), Elke groep dier wolken, zoo
tot
oogenblik „heicr opwegingen''''
gesteld heeft en hoe Hij het licht in zijn
maar niettemin getuigt
is
heeft
hij,
die
orde
er
van oogenblik
evenwicht blijft, en hoe ze ook zwenken of keeren ze doen in al haar dwarrelen slechts ^^wat Hij ze geliedf (vs. 12), boven in den hemel en op het vlakke der aarde; en aldus wekt de ziener u en alle schepsel op, om te aanbidden de wonderheden Desgenen „die volmaakt is in wetenschap." En nu, aanziet dan die wolken hoe ze drijven ze weten niet van waar ze aankomen snellen en ze voelen niet waarheen ze gaan, en toch zegt de Geest u, dat ook het keurigst beramen van uwe fijnste plannen van verre niet zweemt naar de goddelijke vastheid, waarmee Hij die op den Troon zit dit onmetelijk wolkenheir in zijn omme(vs.
16), dat ze in
;
gangen
stiert.
En wat
zoudt
dan
bezorgd zijn, o, kleingeloovige, voor dat eigen leven? Is uw leven dan niet meer dan die wolken, en uw ziel, o, geroepene, niet kostelijker dan al haar heir? En indien nu God die wolken des hemels, die heden er zijn en morgen reeds in druppels worden uitgegoten, alzoo bestiert in haar ommegangen, zal Hij u dan niet veel meer leiden door zijn raad, o, verlosten door het bloed des Eéngeborenen ? Alsof er dan in dat dry ven en jagen en snellen ook van uw geest, uw ziel, uw leven niet evenzoo een bestel school en een plan stak rusteloos
gij
ommegaan van uw
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's