Honig uit den rotssteen - pagina 63
59 andere geest, die nu schier heel het terrein reeds inheeft en dien Heiligen Greest terugdringt, die geest der demonen, die macht ontving,
immers
ze
verlicht
niet
maar
benevelt
;
maakt
niet
„meer mensch"
vereenzelvigt met Satans onheilige natuur; verlamt alle veerkracht in den strijd voor wat eerlijk is; en werpt het schuldig slachtoffer troosteloos in de armen van wanhoop en verderf. o, Die twee geesten, die thans worstelen! Die Geest van Grod met aan het eind van den glorieweg een volheerlijke vertroosting, en die geest van Satan met, als de weg dan vertwijfeling en radeloosheid der schande is afgeloopen, niets En toch, zie om u, op uw Pinksteren, welke dier twee geesten
maar
verdierlijkt
;
.
.
.
.
.
.
de kinderen der menschen liever hebben! Och, die den Greest der genade en der gebeden zoeken worden ze niet steeds minder? Die den geest der bedwelming en der vervloeking achternagaan, groeien ze niet steeds in aantal? En de halfslachtigen, die noch het een noch het ander willend, en, koud noch heet, slechts voor het uitspuwen waarde hebben, zie, ze meenden nu zoo lange dagen de wereld te beheerschen, maar slinken ze, huns ondanks in het gedrang gekomen, niet weg dat ge het ziet! En dan roept men nog, dat we slechts voor „dogma's" striLjden en letters ziften en het haarkloven minnen Och, dat de gemeente van Christus maar beter in haar dogma'' leefde! Leefde in het dogma van de persoonlijkheid des Heiligen Geestes, en leefde in het dogma van het persoonlijk bestaan van dien geest die in het booze ligt! Eerst dan zou de strijd tegen dat „vol zoeten wijns" als een machtige aanrollende stroom worden. Dan eerst in alle rangen der maatschappij de schrik voor deze geestelijke epidemie om het hart slaan. Ja, dan eerst ook tot de overheid het besef doordringen, dat stilzitten bij zulk een brand, die naar alle kanten uitslaat, erger dan misdadig is. Maar ook, dan eerst zou de gemeente van Christus het verstaan, dat noch een bond tegen den zoeten wijn, noch een mijden van wie dien wijn bij volle teugen drinken, noch een ijveren van de gerechte overheid, ook maar iets vermogen, als niet eerst, als niet tegelijk, als niet aldoor de geestelijke boosheid geestelijk wordt tegengestaan. Tegengestaan door de gemeente. Door de bidders in die gemeente. Of neen, liever nog, tegengestaan op het smeeken dier bidders, door Hem^ die alleen macht ontving om Satanas, ook in dien vorm, te binden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's