Honig uit den rotssteen - pagina 108
104
Daarvan komt het dan ook dat de tong zoo onbedwingbaar is en heel „de machinerie," als we ons zoo mogen uitdrukken, van onze persoonlijkheid (lichaam) beheerscht. Grelijk een groot sterk paard door een kleinen toom, en een linieschip van de grootste afmetingen door een klein roer, en het zwaarste tandrad door een kleine spil wordt omgeleid, zóó ook geheel de machtige persoonlijkheid van een mensch door zyn tong. Wat is byna onmogelijker dan een snel omgedreven spil te grijpen en te stuiten? En nu evenzoo ondoenlijk is het, zegt Jakobus, om de tong, die spil van onze levensraderen, te stuiten. Eens omgedreven, is ze schier onbedwingbaar. Onbedwingbaar, als het „rad der wedergeboorte" d. i. het nieuwe leven door de drijving van Grods Greest, in gang komt tot zijn lof en verheerlijking. Maar even onbedwingbaar ook, als om die spil het „rad onzer eerste geboorte" aan het wentelen raakt, d. i. als het ongeheiligde leven der hartstochten in ons door de drijving van den geest der helle in gang komt, om te lasteren en te vloeken. Dan toch is er geen tegenhouden meer aan. Dan wordt door den gloed van den rusteloozen hartstocht, uit de hel zelf (vs. 6c), die spille onzer tong in vuur gezet, en is die spille der tong eenmaal gloeiend, en dus die tong vuur geworden (vs. 6a), dan kan het niet anders of ze doet ook het rad zelf van onze geboorte „in vuur loopen," en „ontsteekt alzoo het rad onzer geboorte, zelf ontstoken zijnde van de hel." En daaraan eenmaal toegekomen, natuurlijk, dan is „men zichzelf geen meester meer," dan ontglipt ons het onheilige woord eer we het willen, dan staan we letterlijk in de vlam onzer hartstochten, en doen we erger nog alles vuur vatten, wat met ons, in gloed ontstoken, hart in aanraking komt. En dan zegt men nog dat het bijna alleen op het leven, en niet minstens evenzeer op onze woorden zou aankomen Meer op ons doen dan op ons belijden! Meer op de kracht die ongemerkt, dan op het woord dat met bewustheid en gloed van ons uitgaat! Neen, en driewerf neen, zegt Jakobus, maar de tong is schier nog sterker, stellig gevaarlijker en schadelijker dan de hand! Het is het begeeren, benijden, lasteren en vloeken van de tong, waardoor het hart in vlam komt, en ten laatste zelfs heel een werelddeel in brand wordt gezet. Neen, neen, een woord, ook uw woord, is maar niet een klank die wegsterft, maar een drijving van uw levensspil, een wenteling van het rad uwer geboorte, een vuurvonk die vernielen of een vuurvonk die bezielen kan. Dat woord, het woord dat ook gij spreekt, en dus ook uw gesprekken, en uw fluisteringen en murmureeringen, zyn als een altijd !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's