Honig uit den rotssteen - pagina 246
242
Dat men toch
alle
ding
in
het
leven uit
geestelijke
God wilde
bezien
Of waar wordt onder menschen langer en aanhoudender op geslepen, op een stuk gewoon glaskristal, of op een allerkostbaarsten diamant? En als Grod de Heere met zijn scherpe instrumenten op uw ziel nu ééns zoo lang vijlt, als op het hart van dien ander, en Hij aan u het dubbele der moeite te kosten legt, en uw persoonlijk wezen slijpt met het driedubbele van goddelijke drijfkracht, is dat dan zoo ongelukkig? Is dan de diamant zoo te beklagen, omdat hij er langer en harder aan moest dan de robijn? Of de robijn omdat hij sterker geklemd en scherper gesleten wordt, dan het te slijpen glas? En als het Grod den Heere dan nu belieft, ook uw ziel zooveel harder aan te grijpen, en zooveel langer goddelijke Majesteit aan u te kosten te leggen, en u zooveel sterker bij het slijpen te drukken, en u als middenin den gloed te brengen, zeg zelf, is dat dan oorzaak tot „droef gejammer en geklag?" En als gij dat dan doorstaat en draagt, kan dat dan ook voor u ooit oorzaak tot roemen zijn? Of mag ook de diamant roemen omdat hij zich afschilferen en kloven en slijpen liet, met het scherpst instrument? Maar immers, juist het omgekeerde van dit alles moest de ziel van zulk een worstelaar vervullen. Als een diamant, die zeer hard was, zeer scherp is geslepen, wie denkt dan om wat er gebeurde bij dat slijpen, en wie ziet dan niet enkel op de uitkomst, op het zuivere water dat door dat slijpen in het licht kwam? En als men dan het werk wil roemen, wie zal dan een ander roemen, dan hem die sleep? En zoudt gij dan anders doen? Als uw ziel zulk een hard keurgesteente is, en God de Heere kan het helder water niet anders in u laten schitteren, dan door u ontzettend hard te kloven en te schilferen en te slijpen, wien anders eere voor zijn liefde van toe, dan voor en aan u doen wilde en niet afliet, eer het zuivere water zichtbaar stroomde? Al die ontzaglijke bewerking is dus geen verdienste van u, waardoor Grod u iets schuldig zou worden. Maar het is omgekeerd een meerdere liefde van Hem jegens uw ziel^ waarvoor gij dien trouwen Ontfermer een meerderen dank en een stiller toewijding en een vuriger
komt daar dan de roem en de
Hem,
die dat
liefde schuldig zijt.
uit den mensch naar God de Schrift eischt en onze vaderen ons voorgingen, van God uit naar het schepsel. Rekent ge met den mensch eerst, dan is uw lijden een wezenlijke en dan misvormt u een strijd om er in om te komen bezoeking dat lijden tot hoogmoedige verheffing, en stompt het orgaan, om genade
Zoo
rekent,
hangt het er maar aan, of ge van of
wel,
gelijk
;
;
te
ontvangen, in u
af.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's