Honig uit den rotssteen - pagina 111
107
Wie komt
er
dan voor
uit,
dat
JiiJ
weg, dat
hij verloren
is,
dat
hem niets geheels is? o, Een predicatie over het verderf, dat gaat nog. Maar er in te staan, er in te leven, het zich niet meer anders voor te stellen, dan dat men zelf, in eigen persoon, die diep verzeg dorven zondaar is, waar Grods Woord telkens van spreekt, er aan
—
Heeren? En toch, daaraan hangt het, daarop komt het aan, en zonder dat al uw loven van het Woord een zeer onoprechtelijk veinzen van is een vreeze Grods, die niet in u is. mij,
is
dat regel in de gemeente des
„Oprechtigheid" dat is, mits goed verstaan, het ééne. wie alzoo weet verloren te zijn, die is behouden. „Wie zyn leven zal weten te verliezen, die zal het leven gewinnen!" Immers dan zult ge ook op het stuk der behoudenis „oprecht" blijven en de vraag of ge in het hundelke der levenden besloten zijt^ niet laten beantwoorden door uw „leugen achtigen" medemensch noch ook door de bedrieglijke bevindingen van uw eigen hart, zooals, helaas, zoo duizenden by duizenden doen, maar ook met die vraag eeniglyk en alleenlyk naar uw God gaan, naar Hem die het weet, om van Hem in zijn Woord te vernemen, hoe een ziel er aan toe die werd overgezet, om dan, dan eerst in de tweede plaats by u is, zelf na te speuren, of nu ook uw ziel er zóó aan toe is, zooals daar in dat Woord staat, dat zulk een ziel er aan toe zijn moet. Dat is Schrift lezen, dat Grods Woord onderzoeken, dat is geestelijk wandelen voor het aangezicht des Almachtigen „in de oprechtigheid
Want
:
van
zijn hart."
XLIX.
%\
get 5ttïic8tfeï tiage
51311^
aïïecnïp
fiartcn te aïïcn ]&0ci^»
En de Heere zag, dat de boosheid des menschen menigvuldig was op aarde en al het gedichtsel van de gedachten zijns harten, te allen
dage, alleenlijk boos was.
Gen. 6
Over „het hart van een ganschelijk anders, dan de
:
5.
mensch" oordeelt Grod in zijn Woord zoo mensch zelf dat in zijn omgang, zijn zelf-
beschouwing en zijn gesprek doet. Ook wij weten wel eens leelijke dingen van „een menschenhart" te zeggen. Vooral zoo we eens recht boos op onzen evenmensch zijn,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's