Honig uit den rotssteen - pagina 44
40 „Bepaald," niet het minst, opdat de Christus zelf, dit al vooruit doorlevende, duizend dooden sterven zou eer hij stierf, en daardoor met helder bewustzyn, d. i. met zedelijke wilskracht en overgave, geen in bedwelming over hem uitgestort, maar een in nuchtere klaarheid vooruit gezien lijden doorworstelen zou. Of mag, kan dit niet? Is dit voor God te wonderbaar? Maar, ik bid u, zal een moeder, wier zoon tot het martelvuur gedoemd is, dan wél in haar gezichten des daags en in haar droomen des nachts, doorleven kunnen al wat haar kind doorworstelen gaat, doorleven kunnen en mogen en het vooruit als zien, die ketenen, en dien optocht, en die houtmijt en dat vuur en dien paal en die beulen en dat stuiptrekken en zal God Almachtig, als Hij zijn eenig Geliefde voor u in den dood geeft, daarmee dan niet in die bijzonderheden mogen bezig zijn, dat niet mogen vooruitzien, dat niet mogen indenken, en zich vergenoegen moeten met een ruw, omtrekloos beeld van de ure der duisternis die komt! En indien wel, indien ge dan toch gevoelt, dat Golgotha reeds by schepping en verbondssluiting, om de Liefde des Welbehagens, middelpunt van Gods gedachten was; dat het niet anders kon of God de Yader moest met het lijden zyns Zoons bezig zijn; ja dat bij al zijn heilig scheppen en bezielen altijd weer dat kruis voor zijn heilig oog in al zijn sombere tinten moest opdoemen, zeg mij dan, mijn broeder, waarom aarzelt gij dan nog? Of ziet de lieere dan soms, naar uw kleinheid, slechts de „groote omtrekken", zonder op „het kleine" te merken? En, ik dacht, elk haar van uw hoofd zou geteld zijn! En dan niet de doornen, die dat gezegend hoofd aan bloed zouden schrijnen? Of heeft de Yader dan al deze smart en smaad wel in zyn voorkennisse gezien, maar mocht of kon Hy er niet van spreken! En indien Hy, toch tot en door zijn profeten sprekende, wat immers ook gij belijdt, niet van dien Zoon, veel min nog van dat „Lam dat ter slachting gaat" zwijgen kon, is het u dan zoo vreemd, dat die Zoon, mensch geworden, en dat boek der profetie openslaande, daarin vond en zag en las wat zijn Yader in de hemelen in zijn eeuwige liefde, voor hem vooruitgeleden, over hem beraamd, van hem gesproken had, en beseft ge dan niet met wat volle teugen
—
—
—
die Zoon, eer hij lijden ging, een zoo teedere liefde indronk, die juist
dat kleine, in dat bijzondere, zoo goddelijk teeder toesprak, en onderving bij het zinken? in
uitblonk,
hem
zoo
o. Beschouw het in dat licht: Die lijdensprofetie in het Oude Verhond een bladzijde uit de heilige historie van de liefde des Vaders voor den Zoon zijns welbehagens^ en immers, alle dorheid valt weg, en ge begrijpt hoe Jezus aan dat Oude Yerbond met heel zijn ziel kleven moest, en wat daar stond, letterlijk stond, zoo
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's