Honig uit den rotssteen - pagina 22
18
van eer en plicht, van waarheid en overtuiging, en dan nog wel in den naam van onzen Jezus, aanbevolen, volstrekt niets gemeen.
koste
vrede die door Jezus komt is iets veel heerlykers, iets oneindig is vrede in den diepsten zin, en in den hoogsten toon, en in den wijdsten omvang, en van stoorloozen duur; vrede niet ondanks, maar in uw hart; niet ten koste, maar als vrucht der waarheid met God en daarom uit Grod in lijdensdoop en persing der ziele in u gewrocht door den Heiligen Greest, om eens in glorie en onbeschrijflijke heerlijkheid om u te ruischen, als ook het „komen op de wolken" zal zijn volbracht. Maar om ons dan dien heiligen vrede, zijn vrede, te kunnen schenken, moest hij het aandurven om niï den bestaanden, maar zonder recht bestaanden, vrede opzettelijk te verbreken. Zie, zoo doet ook de landverhuizer, die voor zijn gezin een vreedzame woning begeert in het nog onbetreden oord. Al wat hij voor en om zich ziet is nog bosch, een eeuwenheugend woud, waaruit He plechtigste stilte hem als een geruisch des vredes tegenkomt. En toch bevestigt hij dien doelloozen vrede niet. Integendeel, om tot de „woonstede des vredes," die hij begeert, te komen, moet hij 't juist aandurven, om dien bestaanden vrede in het wilde woud te verstoren. Het aandurven om vuur in dat kreupelgewas te werpen; die stammen met krakend geweld voor den grond te leggen het wouddier huilend te doen opschrikken; en het al om zich heen te veranderen in een tooneel der verwoesting. En zelfs dan komt nog de vrede niet, maar moet eerst de nu ontbloote bodem omgewoeld; moeten de tronken met hun wortelen uitgebrand, diepten voor de fundamenten, putten voor zyn kalk uitgegraven; en zoo eerst rijzen van lieverlee de muren, kunnen de vloeren gelegd worden, kan er een beschutting tegen den wind des daags komen; en aldus zich allengs de vriendelijke woonstede ontsluiten, waarin stille vrede hem beiden zal. En waarom mocht Jezus dan niet evenzoo doen? Waarom had hij den doelloozen vrede in dat wilde woud van de kinderen der menschen dan moeten eerbiedigen? Waarom mocht hij niet eerst vuur aanbrengen om de netels en distels van nijd en hebzucht weg te branden? Waarom schijnt het u met zijn roeping dan te strijden, dat hij eerst den bijl aan den wortel van den boom lei om de rechtopgaande stammen van hoogmoed en eigengerechtigheid te vellen? Waarom zou het ons heilig ideaal dan weerspreken, dat ook hij eerst de demonen opjoeg en „den brieschenden leeuw" bij den muil greep? Wat steekt er dan, bid ik u, onnatuurlijks in, dat ook onze Heiland met het omwoelen van den grond in ons hart, met het ontwortelen van de harde tronken der zonde, met het ingraven in den levensbodem van staten en volken, van maatschappij en huisgezin begon, en dat eerst als de muren van het Grodsgebouw voleind
De
rijkers en hoogers;
;
;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's