Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 55

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 55

2 minuten leestijd

51 ook de mirt den distel niet verslinden kan, eer liet al volbracht en ook de laatste weeën, die des doods, doorworsteld zijn. En zou het dan niet goed zijn, daarin ons dan toch van den onbegenadigde te onderscheiden, dat wij ten minste er om denken dat we distelen zijn en doornen aan onze takken hebben en dat er netels op ons loof branden? Mij dunkt, als al Gods kinderen tot die zelfkennis kwamen, in zoo

is

stee

van

leugenachtige zelfinbeelding die kennisse te blinddoeken, worden aangedaan en minder pijn worden geleden dat is uw uitnemende heerlijkheid, dat o, kinderen Gods,

in

er zou minder pijn

Want zie, uw kostelijk niet

kunnen,

van uw wilt,

wordende mirten! inhouden;

privilegie; gij o, gij

distels

kunt slap

uw

snaken

gij

doornen ;

kunt, wat anderen kunt de punten

gij

indien ge wilt, en in den geloove

branden lïw netels niet!

xxiy.

€n

üe ftinijcrcn ïescn

iytt |}0ut

faam*

De kinderen lezen hout op en de vaders steken het vuur aan en de vrouwen kneden het deeg om geheelde koeken te maken voor de Melecheth des hemels en Mij verdriet aan te doen. Jerem. 7 18. :

Vergeet toch den balk en den splinter niet, en ziet scherpelijk dat ge anderen bestraffend, omdat ze geen oog hebben voor de overerving der zonde doo7' de geboorte^ niet zelf bevonden wordt het oog te sluiten voor de aanstekelijkheid der zonde in het o,

toe,

ouders,

levenscontact.

Vooral van Jeruzalem, van de plaats die Hij zich verkoren had, en van zijn eigen volk dat daarin woonde, heeft de Heere verdriet gehad. Niet de goddeloosheden van Babyion, noch de wulpsch heden van Rome, maar de schandelijkheden die in Jeruzalems straten plaats grepen, waren Hem een beleediging zijner zoekende liefde. Hoort maar! „Ziet gij niet," dus roept de Heere, „wat ze doen in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem?" En wat is het nu dat Hem in die stad zijner heiligheden ergert en ten gruwel is? o. Zeer zeker dat er wierook opgaat voor vreemde goden! Zeer stelliglijk dat de vrouwen „gebeelde koeken voor de Melecheth des hemels" bereiden. Erger nog, dat de vaders, in stee van priesters des Allerhoogsten in hun kring te blijven, door zelf „het vuur aan te steken," aan deze goddeloosheden meedoen. Maar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 55

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's