Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 166

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 166

3 minuten leestijd

162 o, De kunst, de heerlyke kunst die ons den steen van de ziel kan wentelen, is maar om een middel te vinden, waardoor die ziel bij het leven eerst te brengen en dan er bij te behouden is, zonder dat de band met ons lichamelijk aanzyn anders dan tijdelijk breekt. En dan gaat het op een wedloop! Yan heel vroom zijn en onnatuurlijk en overdreven worden wacht het dan de één. Yan braaf en eerbaar en nauwgezet wezen een ander. Terwijl een derde weer vast en zichzelf pijnigt en tooveren wil met zijn aalmoezen. Maar wat ze ook tobben en worstelen, och, indien ze oprecht willen zijn, dan zullen ze het u alle drie bekennen, dieovervrome, die heel brave en die zich zelf kruisende man, och, het baat alles niet en het brengt geen stap verder. Want het was niet om een plooi in het gelaat of om roem bij menschen of om zelfbeheersching te doen, maar om leven^ om het leven der ziel^ om een leven dat tegen alles kan en er nooit onder ging. En helaas! daarvoor kwaamt ge met al die geestelijke artsenij nog geen stroospier verder want, wat ge ook wont en vermocht, voor het ééne, waar alles op aankwam, bezweekt ge toch, en ^^uw ziel in het leven behouden'''' dat kondt ge niet. ;

Maar

moet het dan ook bij u komen. die ge half inslikt, maar onbewimpeld, diep uit de ziel, dat het hart in de woorden glipt, er voor Grod en menschen uit: Neen, o, mijn Grod, neen, o, mijn broeder, mijn ziel bij het leven behouden dat kan ik niet. „Ik heb het gemeend, en ik heb het beproefd, en ik heb er voor gearbeid in het zweet mijner ziele!" „Ik wou het zelf doen. Ik zou het zelf doen. Als ik maar dorst en maar wilde en maar volhield^ zou het mij eindelijk wel gelukken." „God, zoo sprak ik in mijn ziele, zou zóó bange worsteling toch niet onmeêdoogend aanzien, maar my in het eind wel zegenen." „Maar neen, dat deed de Heere niet. Hij, de Heilige, ging daar vlak tegen in. Brak dat alles af. Zond mij den stroom tegen de borst op en blies de macht van zijn stormwind in tegen den adem mijner tot die bekentenis

Dat moet

niet

met woorden

lippen."

„Want

zie.

Hij

had

mij liever dan ik mijzelf had, en moest

juist door mislukking, door verijdeling, door teleurstelling, alle

dood doen loopen en

alle

paden afsnijden,

tot

daarom wegen

op het laatst de hoog-

moedswaan wegstierf en de moedwil in schaamte onderging en er eindelijk uitkwam, wat ik eerst, om heel de wereld, niet had willen bekennen: Ik kan niet. Om mijn ziel in het leven te behouden, ben IK, wat ik ook poog of doe, onmachtig! En al wat ik er voor poog doodt mij de

ziel veeleer,

put mij de kracht uit en doet mij sterven."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 166

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's