Honig uit den rotssteen - pagina 60
56
Maar ook ze ontvangt de heerlijkste beloften, want verwaardigd worden om de hardnekkigste ketters en tegenzij zal door de liefde strevers aan de voeten van Jezus te brengen van haar Heiland uitgerukt worden uit het heetste van den gloeioven der verdrukking; en eindelijk zij zal met den „sleutel Davids" achter zich hooren toesluiten, zóó dat niemand meer den weg ter afz werving uit het heiligdom haar kan openen. Ku, om dit laatste haar te bezegelen zegt Jezus: „dat ze gesteld zal worden als een pilaar in den tempel^'''' en kennelijk wil Jezus hiermee te kennen geven, dat ze bloeien zal in „de volharding der nederigheid.
zij
zal
;
der heiligen." De pilaren in een tempel zijn als de boomen in het woud, dien anderen tempel der natuur met het loover tot dak en het vogelenkoor voor zangerenrei. En met de bezoekers van den tempel hebben deze pilaren dit gemeen, dat ze evenals de boomen van het woud, de opgaande gestalte hebben, en als een beeld des menschen zijn, met opgeheven armen en uitgestrekte hand, lof en eer gevend aan zijn
Maker.
Maar ook
hierin verschillen „pilaar in den tempel" en tempelbede bezoeker straks weer weggaat en de pilaar altijd in den tempel onzes Grods blijft. Daarop nu doelende, geeft de Heere Philadelphia de heerlijke toezegging: „Gij zult als die pilaren zijn, die eeuwig in myn huis blijven," en om duidelijk te maken dat deze zijn belofte wel waarlijk aldus te verstaan is en op de „volharding der heiligen" doelt, laat „en hij zal niet meer daaruit gaan ;" hij er onmiddellijk op volgen en voegt er ter versterking nog het beeld van den lijfeigene bij, op wien men den naam van zijn eigenaar en diens woonstede schreef, om, liep hij weg, zeker te zijn, dat hij goedschiks of kwaadschiks terug zou keeren. Immers, zoo zegt Jezus, zal ook ik op mijn heiligen „den naam van mijn Grod" en „den naam van de woonstede mijns Grods" zetten, opdat, ook al wilden ze afzwerven, mijn engelen ze toch weer opvangen en terug zouden brengen bij hun Heere. Dat eindelijk deze en geen andere beteekenis aan dit heerlijk woord is te hechten, blijkt nog ten overvloede uit den eerenaam waaronder Jezus bij Philadelphia optreedt, namelijk als „degeen die den sleutel
zoeker,
dat
—
:
Davids houdt, zoodat, niemand opent."
waar
hij
opent,
niemand
sluit,
en waar
hij
sluit,
Zeer zeker is er in dit woord ook een zinspeling op de Jachin en Bohas uit Jeruzalems tempel, die „wél er uit waren gegaan" en om hunne kunstwaarde waren weggevoerd, zooals blijkt uit de uitdrukking: „hij zal niet meer er uitgaan " „Niet meer," d. w. z. gelijk eertijds de tempelpilaren te
Maar uit
gelijk
Pathmos
Jeruzalem er
aan
uit
gingen.
van heilige schrifturen, door Jezus de zeven gemeenten gezonden, zoo is ook deze
alles in deze reeks
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's